Basisrecept van een eHealth rapport
Minister Schippers en Erik Gerritsen (SG VWS) hadden de afgelopen weken veel te lezen. Een stortvloed met rapporten en adviezen over de digitalisering in de zorg kwamen uit. Zo was er het advies van de Raad voor Volksgezondheid en Samenleving (RVS) om een eHealth snelweg aan te leggen. VNO NCW deed er nog een schepje bovenop door te spreken over een digitale kwantumsprong voor de Zorg. Dit levert een besparing op van EUR 1,5 miljard.

Het basisrecept voor dit soort rapporten is steeds hetzelfde: de digitalisering in onze samenleving neemt exponentieel toe, de zorg blijft achter, we moeten nu versnellen en als we dit doen dan wordt de zorg goedkoper, patiëntgerichter en kwalitatief beter. Het fundamentele verschil tussen de rapporten is de manier waarop te versnellen en op te schalen. Dit klinkt wat cynisch maar zo bedoel ik het helemaal niet. Ik sta volledig achter elk rapport en iedere vorm van digitalisering die de zorg structureel verder brengt.

Waar is de dokter gebleven?
Wat verder opvalt in alle rapporten is dat er wordt geadviseerd de patiënt centraal te stellen. Ook daar is helemaal niets tegen in te brengen. Er wordt echter weinig over dokters gesproken. En als er over dokters wordt gesproken moet deze bijna altijd transformeren in ‘’Dokter 2.0’’. Dokter 2.0 wordt op congressen, in artikelen en in toekomstvisies neergezet als de ideale dokter en het streefbeeld om naar toe te groeien.

Ik vroeg mij het volgende af: Is er een Dokter 1.0 die voorafgaat aan Dokter 2.0? Bestaat Dokter 2.0 al in 2017 en hoe vergaat het deze Dokter? En tot slot: Komt er nog iets na Dokter 2.0? Hier volgt mijn analyse op basis van verschillende gesprekken in diverse ziekenhuizen en GGZ-instellingen.

Dokter 1.0: Veel vertrouwen met weinig techniek
Dokter 1.0 kennen de meeste mensen uit het verleden. Deze dokter komt vaak voor in de verhalen over ‘’Toen de gezondheidszorg nog goed en gelukkig was’’. Dokter 1.0 was klassiek opgeleid en een persoon met gezag. Dokter 1.0 was bijna altijd een ‘’hij’’. In het dorp en de stad behoorde hij tot de notabelen. Als Dokter 1.0 sprak dan luisterde de patiënt en nadat de dokter was uitgesproken sprak de patiënt altijd dezelfde twee woorden uit: ‘’Ja Dokter’’. Dokter 1.0 was op het eerste gezicht wat afstandelijk en autoritair. Toch keek Dokter 1.0 naar het geheel: de persoon achter de klacht, de ziekte of een andere reden waarom je als patiënt aan tafel zat. Dokter 1.0 keek niet geïsoleerd naar die ene soort tumor, heupgewricht of afwijkende bloedwaarde. Niet omdat hij vond dat het zo moest. Nee, Dokter 1.0 kon niet anders. Hij had namelijk niet zoveel diagnose- en behandel-opties voor handen. Zijn kennis werd vooral opgebouwd uit ervaring. Hij had geen toegang tot het Elektronische Patiënten Dossier (EPD), Big Data-technologie, of wat dan ook. Dokter 1.0 had ondanks de beperkte technische middelen het volledige vertrouwen van de patiënt. Hij werd gezien als een ‘’tovenaar’’. Dokter 1.0 is voor vele studenten en huidige artsen de inspiratie geweest om geneeskunde te gaan studeren.

Dokter 2.0: Veel techniek en afnemend vertrouwen
De oplettende lezer heeft gezien dat de beschrijving van Dokter 1.0 in de verleden tijd is geschreven. De reden hiervoor is dat de artsen die ik dagelijks tegenkom al lang en breed Dokter 2.0 zijn. Deze dokter leeft ‘’nu’’ anno 2017. Dokter 2.0 heeft lang gestudeerd, is vergaand gespecialiseerd en zeer gepassioneerd. Dokter 2.0 is inmiddels gelukkig even vaak een ‘’hij’’ als een ‘’zij’’. Hij of zij werkt keihard en ziet tientallen patiënten per dag. Dokter 2.0 werkt met state-of-the-art medische technologie en vele IT-systemen.

Dokter 2.0 is vaak beloofd dat technologie veel gemak en efficiency zou opleveren. Ook zou het de kwaliteit van de zorg sterk verbeteren. De dagelijkse en nachtelijke praktijk is echter weerbarstiger. Het ideaalbeeld dat wordt neergezet met Dokter 2.0 blijkt vaak niet te kloppen. De huidige stand van de techniek drijft menig dokter tot wanhoop.

Anno 2017 zijn de meeste IT-systemen die Dokter 2.0 gebruikt (nog) niet de beloofde ‘’helpers’’. Vanuit historie zijn ze primair ontwikkeld om te registreren en niet om te helpen. Daarbij wordt Dokter 2.0 door de toenemende verantwoordings- en controle-drang gedwongen elke stap vast te leggen in vinklijstjes, EPDs en/of andere verantwoordings-systemen. Dokter 2.0 ”muis-klikt’’ en ‘’beeldscherm-werkt’’ wat af. Hij of zij kijkt steeds vaker naar het scherm dan naar de patiënt. Zie ook deze briljante RAP van Zubin Damania.

Hoewel de systemen steeds vaker dezelfde (HL7)-taal spreken, begrijpen ze elkaar in de praktijk niet altijd. Veel moet op verschillende plaatsen worden ingevoerd. Eenmalige gegevensvastlegging aan de bron is in 2017 nog steeds geen realiteit is. De communicatie en gegevensuitwisseling met en naar ketenpartners buiten het ziekenhuis is een nationale uitdaging (o.a. medicatie, dossier). En in 2017 heeft de e-communicatie met de patiënt nog lang niet het (gemaks)niveau van wat we gewend zijn vanuit andere industrieën (retail, bank en airline). Wel is het fantastisch dat dossiers meer en meer worden opengesteld voor patiënten. Ook is het percentage van 25% van de ziekenhuizen die in 2016 een patiënten portaal had in snel tempo aan het stijgen.

Mocht Dokter 2.0 de illusie hebben klaar te zijn na een dag hard ‘’beeldscherm-werken’’ dan heeft hij of zij het mis. Als patiënt verwachten wij van Dokter 2.0. dat deze continu op de hoogte is van de duizenden nieuwste medische studies die jaarlijks worden gepubliceerd. Dokter 2.0 dient zich daarnaast ook bezig te houden met zaken die Dokter 1.0 alleen in autofabrieken tegenkwam: ‘’productie’’, ‘’bezetting’’, ‘’volume’’, ‘’rendement’’, ‘’lean’’. Dokter 2.0 is al lang geen notabele meer. Het gezag en respect wordt in 2017 gedeeld met roemruchte ‘’vakbroeders’’ als: Dr. Google, Dr. IBM Watson, Dr. Dokter.nl, etc. En dan is er de politiek, de media en de publieke opinie. Veelvuldig wordt benadrukt dat het vertrouwen in de zorg steeds verder afneemt. Transparantie wordt in dit kader vaak gebruikt als een gecamoufleerde term voor wantrouwen. De realiteit is dat Dokter 2.0 meer patiënten geneest dan ooit eerder in onze geschiedenis.

Het is duidelijk: Van Dokter 2.0 wordt bijna het onmogelijke verwacht. Dokter 2.0 blijkt niet de ideale dokter te zijn en het streefbeeld waar u als bestuurder, zorgprofessional of organisatie naar toe moet werken. Het wordt hoog tijd dat de techniek Dokter 2.0 echt gaat helpen. Zo niet dan is Dokter 2.0 hard op weg naar een burn-out.

Dokter 3.0: Techniek naar de achtergrond en (weer) tijd voor de patiënt
Is er hoop voor en ‘’leven’’ na Dokter 2.0? Een kant en klaar antwoord heb ik niet op deze vraag. Het zal van veel factoren afhangen. Qua technologie ben ik hoopvol en positief gestemd. Voor mij staat vast dat de verdergaande Digitalisering in onze samenleving, en daarmee de zorg, leidt tot meer en meer CEX (met een C in plaats van een S). CEX staat voor Customer Experience (bron: Peter Hinssen: Digitaal het Nieuwe Normaal).

Bij CEX wordt extreem goed gekeken wat de ”klant” echt wil. Dit wordt 1 op 1 door vertaald in gebruiksvriendelijke en klantgerichte technologie(diensten). Niet de techniek maar de ”klant” zal de drijvende factor zijn voor verandering in de zorg. Mijn oproep is: Laat de dokter een belangrijke ”klant” en ”helper” zijn. Artsen zijn slim, erg praktisch en altijd bereid om mee te werken aan de goede zaak.  Zij kunnen beamen dat techniek nooit ”hinderlijk” op de voorgrond aanwezig moet zijn maar juist op de achtergrond. Goede techniek geeft ruimte aan de dokter en de patiënt om echte gesprekken te voeren. Meer en meer IT-leveranciers en start-ups in de zorg hebben dit inmiddels heel goed begrepen. Daarover in een latere blog meer.

Als de politiek nu ook bereid is om de zorg een tijdje met rust te laten dan zal dit helpen. Menig IT-leverancier heeft noodgedwongen de afgelopen jaren de schaarse ontwikkel-capaciteit besteed aan het continu doorvoeren van wet en regelgeving in IT-producten. Dit is ten koste gegaan van vernieuwing. Ook is de overheid en de politiek in Nederland, in tegenstelling tot diverse andere landen, lang afwezig geweest in het stimuleren van de digitale vernieuwingsagenda in de zorg. Vernieuwing werd de laatste jaren gedreven door zorginstellingen en individuen die bereid waren om hun nek uit te steken in tijden van bezuiniging en controle. De GGZ is daar met de vele eHealth initiatieven een goed voorbeeld van. Vanuit de overheid zie ik de laatste tijd een kentering die hoopvol is. VWS is echt aan het bewegen en aan het stimuleren. Komt dit door de vele eHealth-rapporten. Vast niet! Mijn overtuiging is dat ook hier bepaalde individuen het verschil maken. Laten we hopen dat na de verkiezingen de ingezette trend wordt voortgezet.

 

Jan de Boer
Partner en owner We Do Trust