Om zorgprofessionals inspiratie te bieden, heeft Mobile Doctors dagelijks de opening van Zorg en ICT in de vorm van Mobile Doctors Live verzorgd met sprekers die technologische zorginnovaties succesvol in de praktijk hebben toegepast. Zo vertelde dr. Ivo Broeders over robotica in de chirurgische praktijk en gingen uroloog Erich Taubert en AMC-hoogleraar Leonard Witkamp in op de vraag: “Als de patiënt zijn eigen data verzamelt, staat de patiënt dan eindelijk centraal?” Wat ons betreft waren dit stuk voor stuk onderwerpen die een zorgprofessional voldoende redenen bieden om zich te verdiepen in innovatie.

De komende weken publiceren wij wekelijks een verslag van deze Mobile Doctors Live sessies, deze week de inspirerende Mobile Doctors Live Talk van chirurg en hoogleraar Robotica Ivo Broeders.

“Digitalisering heeft een grote impact in de zorg. Daarom is het belangrijk om alle stakeholders er bij te betrekken. Dit zijn uiteraard de patiënten maar ook de zorgprofessionals die er mee aan de slag moeten. Doordat de adoptie van digitale innovatie achter blijft is de technologie in de zorg niet altijd even goed zichtbaar. Het is dus belangrijk dat stakeholders als zorgprofessionals mee participeren en ontwikkelen om er voor te zorgen dat de nieuwe technologie geïmplementeerd en geadopteerd wordt. De patiënt en zorgverlener zijn misschien wel de belangrijkste stakeholders”- Aldus Ivo Broeders, chirurg in het Meander Medisch Centrum en hoogleraar Robotica aan de Universiteit Twente.

“Ik kwam de beurs binnen en dacht meteen ‘wauw wat prachtig!’. Al die grote en kleine bedrijven die zich bezig houden met ICT in de zorg. Het is voor ons als zorgverleners echt een volkomen onbekende wereld. Ik denk dat er dan ook een teleurstellend aantal medische specialisten als ik aanwezig waren op de beurs. Hetzelfde geldt voor huisartsen en tandartsen, fysiotherapeuten, relatief kleine zelfstandigen die nog veel afhankelijker zijn van het zelf opzoek gaan naar handige ICT oplossingen. Maar hoe bereik je die mensen? Deze vraag kan ik niet beantwoorden maar hier kan ik wel een bijdrage aan leveren door je mee te nemen in mijn mindset als arts. Hierbij moet ik wel als kanttekening plaatsten dat ik technologie in mijn werk omarm maar veel collega’s niet.

Ik was geneeskunde student eind jaren 80. In 1992 startte ik met mijn opleiding tot chirurg. In deze jaren had je nog metaal om mee te opereren, draad om mee te hechten en papier om op te schrijven en meer was er niet. Mijn afstudeerscriptie heb ik weliswaar heel trots op de computer gemaakt op een floppydisc. Email was er niet, mobiele telefoons waren er niet en kijk hoe snel dit in de afgelopen 20 jaar is veranderd.

Ik werd voor het eerst met computertechnologie geconfronteerd toen ik ging promoveren, 1995, dus een dikke 20 jaar geleden. Dat ging over de verwijdering van de buikslagader, met nieuwe operatie technieken waardoor je mensen niet helemaal meer open hoeft te snijden maar via de lies het lichaam in kon. Dat was het moment waarop wij voor het eerst gingen rekenen, denk aan de omvang van bloedvaten. Ik werkte toen met software van Philips en als ik nu 20 jaar terug kijk waren zij destijds onwaarschijnlijk geavanceerd met de techniek die toen voor handen was. Dat was voor mij de prikkel: [quote]“die computer gaat in ons vakgebied een hele belangrijke rol spelen.”[/quote]

In 1998 waren er twee bedrijven die zich bezig hielden met operaties waarbij de techniek van een kijkoperatie gebruikt werd. Hierdoor hoef je maar kleine incisies te maken om in de borst te komen in plaats van de gehele ribbenkast open te snijden. Deze bedrijven ontwikkelden robots om deze operaties uit te voeren.

Het wonderlijke is dat de oorsprong van deze techniek kwam uit de oorlogschirurgie: telechirurgie, opereren op afstand. Arts op de ene plek, robot en patiënt op de andere. Dit was de start van de computerchirurgie, deze robots die bestaan nu in Nederland al 17 jaar en dat wordt alleen maar groter en groter. Dat betekent dat chirurgen inherent voelen dat ze beter presteren met die apparaten. Opereren wordt niet meer alleen uitvoeren, het wordt een combinatie van diagnostiek en therapie. Maar denk ook het gebruiken van preoperatieve datasets integreren in je beeld.

“Robotchirurgie dat is er om te blijven en is er om een hele grote rol te spelen de komende 5-10 jaar”

Wat wordt de volgende revolutie in robotchirurgie?
De volgende revolutie gaat over het daadwerkelijk inzetten van data om chirurgen nog handiger te maken. Ik werk mee aan de ontwikkeling van een robot wat een joint venture is van Johnson & Johnson en Google. De nieuwe ontwikkeling gaat niet zo zeer over het opereren zelf maar het introduceren van slimme robots op basis van artificial intelligence die mijn werk gaan beïnvloeden. Zij zijn bijvoorbeeld in staat om de anatomie te herkennen doordat er genoeg beelden of films van operaties in het systeem geladen zijn. Op die manier kan de computer op basis van alle vorige beelden patronen herkennen. Hierdoor is de chirurg met behulp van deze slimme robot in staat veel nauwkeuriger te opereren.

Een ander voorbeeld, en dat vinden chirurgen heel eng, is dat mijn chirurgische performance gemeten kan worden. De computer kan precies zien hoe ik beweeg en kan mij van feedback voorzien om mijn werk beter en nauwkeuriger uit te voeren ten behoeve van de patiënt. Maar voor het zover is moeten er nog wat bruggen geslagen worden.

“In 2005 brak er een nieuwe fase aan en het woord ‘connectivity’ kwam ter sprake”

Connectivity, tot op de dag van vandaag een drama
Connectivity betekent dat alle apparaten aansluiten op een computer, tot op de dag van vandaag is dat een drama.  Dit komt omdat alle leveranciers werken met gesloten systemen. Het werkt alleen als je vriendjes van elkaar bent. Technisch is het allemaal mogelijk.

Hier hebben veel zorgverleners veel last van. Ik heb al heel veel innovatie in de zorg voorbij zien komen en wij zullen niet ontkennen dat wij het heel erg mooi vinden om met nieuwe speeltjes te werken waar vaak grote beloftes achter zitten als: zorg wordt makkelijker, goedkoper en effectiever. Als iets niet werkt of aansluit op een computer dan is de spanning er heel snel af. Na een half jaar tot een jaar vallen de resultaten tegen en dan heel geruisloos verdwijnen de producten weer mits er een goede marketing campagne achter schuilt dan kan het met een jaar verlengd worden.

Los hiervan is het een fantastische nieuwe wereld. We worden overrompeld door technologie, het gaat in een onwaarschijnlijk tempo, we hebben de grootste moeite om het bij te houden. Maar aan de voordeur en dan leg ik de brug naar het thema: ‘De patiënt als partner’, daar gaat het net zo snel. De patiënt die digitaliseert ook en die kijkt op een hele andere manier naar zorg dan 20 jaar geleden. Laten we dan eens stil staan bij hoe de nieuwe generatie die nu 15 of 16 jaar oud zijn en allemaal heel graag geneeskunde willen studeren. Wat voor beeld hebben die nou van de zorg? Denken zij nog steeds aan de dokter die de patiënt omarmt en weet wat het beste is voor deze patiënt? Dat beeld is niet meer actueel.  Maar weten die jonge mensen dat? En de jongeren die nu in de collegebanken zitten hebben die een idee in wat voor praktijken zij straks terecht zullen komen? En doceren wij zij daar in? Het antwoord op dat laatste is vermoedelijk: nee. Ik denk dat zij geen idee hebben! In mijn spreekkamer is er niet één patiënt die mij niet Gegoogled heeft. En er is ook bijna geen patiënt die zich niet diepgaand met zijn eigen ziekte bezig houdt. Voor mij zijn er drie belangrijke thema’s waar wij over na moeten denken:

  1. EPD, het grote drama is connectivity. Ik kan nog steeds op geen enkele mogelijke manier met een ander ziekenhuis digitaal communiceren over beschikbare informatie. Ik weet zeker dat er een tal van bedrijven zijn die een oplossing kunnen bieden maar ik heb het niet en ik heb ook geen uitzicht in wanneer dat wel gaat komen. Wekelijks vragen patiënten mij “Dokter heeft u de informatie gekregen uit het ziekenhuis?” en dan is dat er weer niet. Ongeveer 15 jaar geleden hadden mensen daar nog begrip voor maar nu hebben zij daar geen begrip meer voor. Uitslagen worden nog steeds gefaxt, hoe kan dat nou? Het EPD in mijn ziekenhuis is fantastisch, één meter buiten de deur kansloos, help ons!
  2. Mobile apps, er is geen lichaamsfunctie die niet meer gemeten kan worden. Daar moeten wij met z’n allen kritisch naar kijken. Wat gaat nou kwaliteit van leven via Mobile apps daadwerkelijk beïnvloeden? Wat is nou werkelijk nuttig voor de consument en hoe moeten zorgprofessionals met die data omgaan? En wie zit er nou aan de andere kant van het scherm en hoe moeten zij dat inbedden?
  3. Big data. Dat is echt dé New Kid On The Block, ook voor de zorgverleners. Het grote talent bij de voetbalclub “Big Data” gaat onze zorgverleners verschrikkelijk beïnvloeden. Ik als robotchirurg ben daar van overtuigd. Maar hoe geldt dat in de breedte van de zorg, binnen diagnostische processen en dat soort zaken?

Laten we deze punten met z’n allen bespreken en laten wij nou samen naar die nieuwe wereld gaan, patiënten die zijn er klaar voor, de dokters moeten er ook een keer klaar voor zijn. En daar zit geen onwil in. Maar er wordt 6 jaar lang heel hard gestudeerd en dat gaat over anatomie, fysiologie, pathologie maar dat gaat niet over ICT. Terwijl dat juist wel heel erg hard nodig is. De dokter is een kenniseigenaar in transitie. En ik denk dat de jeugd daar hulp bij nodig heeft.”