Om zorgprofessionals inspiratie te bieden, heeft Mobile Doctors dagelijks de opening van Zorg en ICT in de vorm van Mobile Doctors Live verzorgd met sprekers die technologische zorginnovaties succesvol in de praktijk hebben toegepast. Zo vertelde dr. Ivo Broeders over robotica in de chirurgische praktijk en gingen uroloog Erich Taubert en AMC-hoogleraar Leonard Witkamp in op de vraag: “Als de patiënt zijn eigen data verzamelt, staat de patiënt dan eindelijk centraal?” Wat ons betreft waren dit stuk voor stuk onderwerpen die een zorgprofessional voldoende redenen bieden om zich te verdiepen in innovatie.

De komende weken publiceren wij wekelijks een verslag van deze Mobile Doctors Live sessies, deze week de inspirerende Mobile Doctors Live Talk van directeur KSYOS en hoogleraar Telemedicine Leonard Witkamp. Lees hier het verslag van chirurg en hoogleraar Robotica Ivo Broeders en hier die van Uroloog Erich Taubert.

“Met een simpele ingreep kan je 80% van de ellende oplossen voor patiënten . Ik neem jullie mee naar mijn tijd als dermatoloog. Wanneer ik een kijkje in mijn wachtkamer nam dacht ik dat 80% van de wachtenden daar niet hoorde. Deze mensen kunnen gewoon thuis blijven en kunnen voor het grootste gedeelte gewoon geholpen worden door bijvoorbeeld een verpleegkundige of een doktersassistente. 10% van mijn werk was het aanstippen van wratten, als medisch specialist doe je veel te veel werk wat je eigenlijk zou moeten substitueren. En als je kijkt naar de toekomst met de vergrijzing en de toenemende zorgkosten hebben wij toch echt wel een groot probleem. Uit frustratie ben ik begonnen met het opzetten van een zorginstelling met als doel snellere en betere zorg tegen lagere kosten.

Als je kijkt naar de toekomst met de vergrijzing en de toenemende zorgkosten hebben wij een groot probleem

We hebben allemaal grote beloftes over Mobile Health want het gaat miljarden kosten besparen. In Nederland kom ik niet verder in mijn eigen berekeningen tot 0,03% van zorg die met inzet van internet geleverd wordt. We hebben het hier over de patiënt, wat heeft de patiënt aan internet, IT en technologie?

De term patiënt bevalt mij niet, want iedereen denkt maar dat die patiënt is. Ik zeg altijd wanneer je ziek in bed ligt, dan ben je patiënt. Als je niet meer in staat bent om op die computer te werken en niet voor jezelf kan zorgen en iemand anders voor je moet zorgen, dán ben je ziek. Waar hebben we het eigenlijk over? Tijdens alle discussies die we elke keer voeren over dat de patiënt de regie moet krijgen over eigen data? Ik ben ziek, ik heb geen zin in mijn data! Twee weken later wanneer ik weer beter ben dan wil ik mijn data wel weer zien maar een patiënt is gewoon ziek, punt uit. Die persoon heeft iemand nodig om voor hem te zorgen en daar zijn wij zorgprofessionals voor.

Burgers hebben een hele andere positie en met de komst van technologie denk ik ook dat de burger veel meer zelfstandig eigen regie gaat voeren over aandoeningen en niet zijn ziekten. Diabetes en COPD zijn bijvoorbeeld helemaal geen ziekte, in heel veel gevallen in fase 3 en 4 wordt het pas een ziekte. Dus we moeten niet onze patiënten aanspreken maar de burger, onszelf dus. Wat willen wij? Hoe veel regie willen wij als burger hebben en wat willen wij dat er met ons gebeurt op het moment dat wij patiënt zijn?

Dan ben ik geen patiënt meer maar ben ik gewoon een burger met een kwaal

Laten we even uitgaan van de burger, ik denk dat in de komende jaren de zorg veel meer een consumentenproduct gaat worden. We willen steeds meer consument blijven. Met een sensor in zijn onderbroek hoeft de burger niet meer die rare luier aan. Die luier medicaliseert. En als deze ook nog eens in een blended care programma thuis kan werken aan zijn bekkenbodem spieren dan is hij ook niet bang om hier op het podium te staan. Dan is hij geen patiënt meer maar gewoon een burger met een kwaal en durft hij hier prima het podium te pakken.

De Beurs van Berlage in Amsterdam is geen beurs is een evenementen centrum. Dit was tien jaar geleden dé superbelangrijke backbone van de Nederlandse economie op een AAA locatie. Nu niet meer…

De Bazel in Amsterdam was het hoofdkantoor van ABN AMRO aan de Vijzelstraat. De hele Vijzelstraat was een AAA locatie en stond in het teken van deze bank. En nu? Nu is het weg…

Vroom & Dreesman op het Rokin, ik hoef denk ik niet meer te zeggen…

Voor de mensen boven de 45 was in onze tijd de NBBS super hip. Vroeger ging je naar de Dam, een super AAA locatie en nam je een woensdagmiddag vrij, wachtte je een uur of twee en vervolgens kreeg je een folder en boekte je een vlucht met ThaiAir naar Bangkok en was je de hipste van de hele wereld. Ook dit bestaat niet meer.

Deze vergelijking wil ik graag trekken naar de zorg, naar de dermatoloog welteverstaan. Ik heb een plekje op mijn hand, ik maak een afspraak en over vier weken ben ik aan de beurt. De huisarts twijfelde dus stuurde mij door naar de dermatoloog. Vier werken lang maak ik mij zorgen, ik neem een middag vrij en ik moet een uur in de wachtkamer zitten om vervolgens met één minuut weer buiten te staan want het was gewoon een ouderdomsvlek. Na het zien van de ziekenhuis rekening voel ik mij toch behoorlijk bekocht.

Zou het niet mogelijk moeten zijn dat de huisarts zegt: ik verwijs je naar een virtuele zorginstelling, ik maak een foto en leg deze voor aan een dermatoloog uit die instelling, zet er wat extra informatie bij en 4,5 uur later heb jij bericht. 75% kans dat je niet naar het ziekenhuis hoeft en je krijgt thuis of op je werk de uitslag. En als het écht urgent is sta je binnen 3 uur op de poli in het ziekenhuis.

De grap is dat deze dienst kunstmatig klein gehouden wordt door het zorgsysteem omdat het nog niet helemaal past. Voor 40.000 Nederlanders is deze dienst gebruikt in 2016, maar dat zouden er 400.000 moeten zijn. Maar als wij dit in volle omvang in gebruik gaan nemen kan ik zoveel verwijzingen voorkomen dat ik het ziekenhuis mogelijk al failliet verklaar. Dit scheelt 25% van de bezoeken aan de ziekenhuis poli. En dan kan ik ook nog eens 25% van de handshake consulten daar weghalen want dat kan gewoon gedaan worden door de paramedici in de buurt. De fysiotherapeut voor de orthopeed, de optometrist voor de oogarts, de huidtherapeut voor de dermatoloog. En dit allemaal onder supervisie op afstand van de medisch specialist. Zo hebben we eigenlijk wel het ziekenhuis een stuk minder belangrijk gemaakt. Ik denk niet dat er over 15 jaar het ziekenhuis nog bestaat. Zorg wordt een consumenten product.

Nog een voorbeeld zijn poli’s in ziekenhuizen die overstroomden met diabetici voor oogcontrole. Wat hebben wij toen gezegd? Gewoon niet naar het ziekenhuis toe gaan maar breng een bezoek aan de optometrist in het winkelcentrum, zonder wachttijd. Die optometrist kan 80% van alle patiënten zelf beoordelen. De overige 20% wordt met behulp van een oogarts op afstand gedaan. Uiteindelijk komt nog maar 4% van de patiënten naar het ziekenhuis. Dit zelfde geldt voor je heup, knie, schouder of je rug. Hiervoor ga je naar de fysiotherapeut en niet naar de orthopedisch chirurg. Daarmee trek je al zoveel patiënten uit de polikliniek dat ik denk dat over 15 jaar ook de polikliniek niet meer bestaat.

Nederland telt ongeveer 120 laboratoria. Maar met 10 bestaande laboratoria kunnen we al het laboratoria onderzoek dat gedaan moet worden in Nederland doen, de rest is overcapaciteit.

Het ziekenhuis gaat fungeren als netwerkorganisatie en niet meer als een gebouw

Hiermee heb ik naast de poli’s ook al het lab al weggesaneerd uit het ziekenhuis. Het ziekenhuis gaat fungeren als netwerkorganisatie en niet meer als een gebouw. Dat niet meer bestuurd wordt door een directie maar het netwerk doet dit gezamenlijk. De medisch specialist neemt hierin een belangrijke rol als medisch directeur, de paramedicus als medisch uitvoerder dichtbij de patiënt in de regio en de huisarts als regisseur van de patiënt, hele belangrijke rollen.

Als laatste voorbeeld de GGZ. Overspoeld met patiënten waardoor het terug moet naar de eerste lijn van de huisartsenpraktijk. Met een beslis ondersteuning kan je de zorgzwaarte van de patiënt bepalen. Vervolgens heb je allerlei blended care programma’s om de patiënt te volgen in de thuissituatie. De patiënt blijft contact houden met de zorgprofessional maar kan zelf bepalen of hij de zorgverlener elke week of één keer per maand treft. De patient heeft verder altijd de beschikking over bijvoorbeeld een digitale coach en een self-assesment programma, animaties, vragenlijsten en ga zo maar door. Zo kan de patiënt verder, hoeft hij/zij niet te wachten tot de volgende afspraak en hij/zij kan verder met het eigen zorgproces.

Dan kan de dokter gewoon weer op de fiets naar een oude dame die ergens in een boerderijtje woont

Zo zie je dat er allemaal trends zijn in de zorg om de zorg dichterbij de burger te krijgen, hij krijgt ondersteuning voor zijn aandoening. Zorgverleners krijgen hiermee meer tijd voor hun patiënten. Dan kan de dokter gewoon weer op de fiets naar een oude dame die ergens in een boerderijtje woont. Dan zijn we toch echt weer bezig om zorg te brengen daar waar het hoort, bij de patiënten die het écht nodig hebben.”