Om zorgprofessionals inspiratie te bieden, heeft Mobile Doctors dagelijks de opening van Zorg en ICT in de vorm van Mobile Doctors Live verzorgd met sprekers die technologische zorginnovaties succesvol in de praktijk hebben toegepast. Zo vertelde dr. Ivo Broeders over robotica in de chirurgische praktijk en gingen uroloog Erich Taubert en AMC-hoogleraar Leonard Witkamp in op de vraag: “Als de patiënt zijn eigen data verzamelt, staat de patiënt dan eindelijk centraal?” Wat ons betreft waren dit stuk voor stuk onderwerpen die een zorgprofessional voldoende redenen bieden om zich te verdiepen in innovatie.

De komende weken publiceren wij wekelijks een verslag van deze Mobile Doctors Live sessies, deze week de inspirerende Mobile Doctors Live Talk van co-founder Synappz en Uroloog Erich Taubert. Lees hier het verslag van chirurg en hoogleraar Robotica Ivo Broeders.

“Deze keer was de opdracht vanuit Mobile Doctors om de patiënt als partner te nemen in mijn betoog, wat eigenlijk erg voor de hand liggend is. Ondanks het feit dat er de afgelopen jaren al vreselijk veel veranderd is het zorglandschap is er eigenlijk één ding wat toch eigenlijk hetzelfde is gebleven; de arts-patiënt relatie. Deze relatie is helemaal niet zo gemakkelijk want het verreist goede communicatie en dat blijkt in de praktijk een lastige opgave. Het vereist allereerst empathie omdat we ons moeten inleven wat de patiënt voelt zodat we het probleem kunnen erkennen. Alleen al het gevoel creëren dat je naar de patiënt luistert is al het begin van het therapeutisch proces en dat is niet gemakkelijk om in tien minuten te moeten doen. Daarom is één van de dingen die ik wil benadrukken dat er een verhaallijn tot stand moet komen om deze relatie aan te gaan. In de gezondheidszorg is de verhaallijn cruciaal in alles wat wij doen. Een ziekenhuis is één grote wirwar van allerlei verhaallijnen. De verhaallijn ontrolt zich en wordt langzaam beïnvloed door het patiënt-arts contact. Verhaallijnen geven een bepaalde veiligheid en een patroon omdat voor veel patiënten met dezelfde aandoeningen het verhaal overeenkomt.

Het belangrijkste instrument om een verhaallijn te maken is het EPD, waarin kennis en communicatie centraal staan. Als wij niet een fatsoenlijk patiënten dossier hebben dan kunnen we eigenlijk nooit voortborduren op de verhaallijn. Daarom moeten we nadenken wat er in een patiëntdossier thuis hoort en wat niet.

“Als ze in het EPD een foto introduceren van de patiënt dan is EPD veel meer waard”

Wat mij betreft is het als eerste zaak om te visualiseren van wie het EPD is. Geloof mij, als ze in het EPD een foto introduceren van de patiënt dan is EPD veel meer waard. Als deze foto er instaat en je het dossier opent zie je de naam, geboortedatum en een foto die er voor zorg dat er in het hoofd van de zorgprofessional een proces gaat rollen waardoor de verhaallijn vanzelf weer uitrolt. Zo zie je in een oogopslag wie de patiënt is en wat er de afgelopen consulten allemaal met elkaar gedeeld is.

Het tweede punt wat ik zou willen toevoegen is het profiel van de patiënt. Wat is er met hem aan de hand? Wat is de ziekte? Wat zijn de risico’s? En wat voor medicatie gebruikt de patiënt? Dit profiel moet continu beschikbaar zijn zodat alles wat je doet met de patiënt je kan toetsen aan het profiel.

Het volgende punt wat ik graag terug zou willen zien staat in het teken van het nu. Want waarom en waarvoor komt deze patiënt nu bij mij? Ik zou graag makkelijk inzicht willen hebben in deze twee zaken zodat ik snel kan schakelen en mij aan de situatie kan aanpassen. Dit omdat er een groot verschil zit in of een patiënt bijvoorbeeld komt voor een controle afspraak of voor een uitslag.

Als laatste is het belangrijk om inzichtelijk te krijgen wat er afgesproken is tijdens de laatste keer dat we elkaar gezien hebben en wat er gebeurt is in de tussen tijd. We hebben toen afscheid genomen en iets afgesproken. De weerslag van die afgelopen maanden is over het algemeen nogal beperkt. Wij weten niet wat er gebeurt, het is een geblindeerd gebied. Het is zo ontzettend belangrijk om in de gelaagdheid van alle informatie invulling te kunnen geven hoe het met de patiënt gaat.

Ooit zijn we begonnen met het papierendossier. Voor mij was dat prima want ik was de enige die mijn eigen aantekeningen kon lezen en ik maakte in het dossier prachtige designs met lay-outs om de tijdlijn van de patiënt weer te geven. Alle relevante uitslagen tekende ik hierbij en zo ontstond voor mijn ogen de verhaallijn van de patiënt. Voor mij werkte het papier prima maar daar houdt het dan ook bij op. Simpelweg doordat ik andermans handschrift niet goed kon lezen en omdat ik de opzet van de verhaallijn van mijn collega’s niet altijd begreep. Eigenlijk was het papieren dossier een ramp waar wij uitstekend mee hebben leren werken maar het voldeed niet en daarom zijn wij nu opnieuw begonnen met het EPD.

“Het huidige EPD functioneert nog niet danig goed om de patiënt te betrekken als partner want de verhaallijn ontbreekt”

Het huidige EPD is gebaseerd vanuit een financieel en logistiek systeem. De eerste EPD’s waren om de rekeningen op orde te krijgen en vervolgens werd er een laag overheen gelegd zodat er ook afspraken in gemaakt konden worden. Het EPD is van het begin af aan opgebouwd als een tool voor de organisatie en werkt nu ook voor de dokter, maar zeker niet als een tool voor de patiënt. Het huidige EPD functioneert nog niet danig goed om de patiënt te betrekken als partner want de verhaallijn ontbreekt.

Ik denk dat we vanuit het EPD een shift moeten maken naar een ander soort dossier. Zoals we allemaal weten gaan we steeds meer over naar “patiënt generated health data”. De explosie van de wearable markt hebben we achter de rug. De iWatches hebben we allemaal in de hoek gegooid omdat ze niet goed functioneren. Desalniettemin is het een trend die steeds groter wordt want we hebben naast wearables ook injectables, implantables en swallowables. Je kunt het zo gek niet bedenken en we digitaliseren onze gezondheid steeds meer.

De vraag is natuurlijk hoe we de data hiervan verwerken en komt dit in het EPD terecht? De introductie van wearables en andere gadgets gaat ervoor zorgen dat wij een continue mapping kunnen doen van de menselijke biometrie. Dit komt op ons af en als we dit gaan door ontwikkelen dan kan de patient generate health data ervoor zorgen dat deze data het persoonlijk gezondheid dossier wordt. De patiënt bouwt zelf vanuit deze data een verhaallijn op uit een continue date stroom. Het verschil ten opzichte van het EPD is dat bij dit persoonlijke dossier de patiënt centraal staat en dat de dokter af en toe inzage mag doen in de verhaallijn van de patiënt om de patiënt te helpen bij de hulpvraag.

Hoe veel van dit soort technologieën er ook zijn, het vult de verhaallijn van de patiënt alleen maar wanneer al de systemen met elkaar kunnen praten. En dat is moeilijk op dit moment. Het vereist dat er een mate van interoperabiliteit gaat ontstaan. Mijn apèl aan iedereen is dan ook: stel de platformen open, conformeer je aan Nederlandse wetgevingen en richtlijnen om ervoor te zorgen dat alle data die wordt gegenereerd bij de patiënt ook daadwerkelijk aangeklikt kan worden, dat de verhaallijnen aangevuld worden met waardevolle data en dat alle dokters hierop kunnen anticiperen zodat zij op een zinvolle manier kunnen handelen.

Take home messages van Erich Taubert:

  1. Ik denk dat het belangrijk is om je te realiseren dat de belangrijkste relatie de arts-patiënt relatie is, de zorgprofessional-patiënt relatie. En dat wij tools nodig hebben om er voor te zorgen dat de communicatie in deze relatie zo optimaal verloopt.
  2. Het EPD zoals het nu functioneert is goed en helpt ons enorm vooruit maar is helaas niet patiënt gericht en ook het EPD zal deuren moeten openen om verhaallijnen vanuit de patiënt hierin mee te nemen.
  3. Als laatste is de interoperabiliteit een belangrijke term. Ondanks alle drempels die wij hebben is het verstandig om de deuren open te zetten en onze platformen toegankelijk te maken zodat we met zijn allen kunnen communiceren en dat alle data die door patiënten gegenereerd worden beschikbaar worden voor de patiënt en de arts om hun relatie te voeden.”