Elke week stellen wij een zorgprofessional vijf scherpe vragen. Door ons te beperken tot die vijf vragen, ‘dwingen’ we de spreker na te denken over de kern van de zaak. Deze week is het onderwerp: informatie uitwisseling. Jannie Witziers, freelance anesthesie verpleegkundige geeft ons de antwoorden.

Van papieren dossiers naar het EPD, van brieven naar een mail, van in het ziekenhuis afspraken maken naar online planners, van fysieke consultaties naar videobellen, van patiënten opname om te monitoren naar thuis blijven met een wearable, de Googlende patiënt en ga zo maar door. De informatie uitwisseling tussen artsen en patiënten is in de afgelopen jaren sterk veranderd. Wat vind je van deze ontwikkeling?
Naar mijn mening wordt er nog lang niet genoeg gebruik gemaakt van de mogelijkheden die informatietechnologie tegenwoordig te bieden heeft. Ik denk dat er zowel op het gebied van gebruiksgemak, kwaliteitsverhoging en kostenbesparing nog veel te winnen is. Uiteraard is het wel belangrijk om veiligheidsmarges in te bouwen in verband met privacy.
Ik heb bijvoorbeeld veel belangstelling voor apps die welzijn en medicatiegebruik van chronisch zieke patiënten monitoren. Deze apps kunnen ook worden ingezet voor het beantwoorden van veel gestelde vragen, het geven van tips, in contact brengen van patiënten met patiëntenorganisaties, medicatieherinneringen en uitleg hierover, et cetera.

Dit kan een enorme besparing betekenen op de jaarlijkse of zelfs maandelijkse periodieke controleafspraken die deze patiënten nodig hebben. Bovendien kan een patiënt op deze manier snel verbeteringen in zijn eigen situatie aanbrengen en meer begrip krijgen in zijn ziektebeeld, zelfs midden in de nacht.

Kom jij de ontwikkelingen die hier boven genoemd zijn ook tegen in je werk? Wat zijn hier je ervaringen mee? Heb je bijscholing gehad, of had je dat willen hebben?
Omdat ik in verschillende ziekenhuizen en klinieken werkzaam ben, kom ik verschillende vormen van datamanagement tegen, van handmatig verslag leggen tot zeer geavanceerde EPD systemen (EPIC, HIX). Naar mate de complexiteit toeneemt, is meer bijscholing en uitleg nodig. Dat is meestal goed geregeld. Ik heb gemerkt dat bij de introductie van een nieuw systeem twee elementen enorm bijdragen: de mogelijkheid om van tevoren met het systeem te oefenen, en de aanwezigheid van zogenaamde superusers op de werkvloer tijdens implementatie zodat er direct antwoord komt op eventuele vragen.

De rol van de zorgverlener verandert met de komst van techniek, voor een deel is deze verschuiving al aan de gang. Had jij 20 jaar geleden verwacht dat de zorg er zo uit zou zien? 
De gezondheidszorg is altijd één van de meest dynamische werkomgevingen geweest. Elk jaar verschijnen er nieuwe onderzoeken die verschuivingen in behandeling en organisatie tot gevolg hebben. Dus dat er veel verandert, heeft me nooit verbaasd. Toch had ik me deze overvloed aan digitaal beschikbare informatie nooit kunnen voorstellen.

Ik weet nog dat ik in het begin van mijn ‘carrière’ met een pieper in de buurt van het ziekenhuis bleef als ik bereikbaarheidsdienst had. Dit apparaat had een piepkleine display waarop een 1 of 2 zichtbaar was. De 1 betekende: onmiddellijk naar de OK komen! Met een 2 in beeld kon je nog even je koffie opdrinken. Dat was dan alle informatie die je op dat moment kreeg, totdat je een telefooncel (!) gevonden had om het ziekenhuis te bellen.

De zorgwereld kent veel stakeholders die verschillende relaties met elkaar hebben, de zorgprofessional-patiënt relatie is hierin één van de belangrijkste relaties. Hoe ziet deze relatie er over 20 jaar uit?
Over 20 jaar is de basale informatieverstrekking geregeld via films op internet, die naar behoeven in verschillende talen/opleidingsniveaus vertaald worden. De patiënt krijgt pas toegang tot bepaalde films als een diagnose gesteld is. Bij een lokale polikliniek kan een ctscan/mri gemaakt worden en allerlei vormen van lichamelijk onderzoek gebeuren door gespecialiseerde verpleegkundigen. Overig contact met huisarts en specialist gebeurt via webcam, thuis op de bank.

Specialistische behandelingen gebeuren in centraal gelegen academische ziekenhuizen. Ambulances zijn vervangen door een strak georganiseerde vloot helicopters, met een physician assistant aan boord die ook eventuele levensreddende handelingen kan verrichten.

Gestandaardiseerde operaties bij laag complexe patiënten zoals liesbreukoperaties, gewrichtsvervangende chirurgie en keizersnedes worden in aparte gespecialiseerde klinieken uitgevoerd waar de patiënten na twee uur zelf weer naar buiten wandelen.
Uiteraard is dit een ter plekke verzonnen toekomstbeeld, ik hoop dat ik het over 20 jaar nog eens onder ogen krijg…