Elke week stellen wij een zorgvernieuwer vijf scherpe vragen. Door ons te beperken tot die vijf vragen, ‘dwingen’ we de spreker na te denken over de kern van de zaak. Vandaag stellen wij de vragen aan Markus Klimek, plv. afdelingshoofd/opleider op de afdeling anesthesiologie Erasmus MC.

Vraag 1. Je bent in 2012 bij de MedNet Topartsenverkiezing uitgeroepen tot nummer 1 binnen de Anesthesiologie. Het is nu 2017, wat vind jij opvallend wat er in de afgelopen jaren is veranderd?
Opvallende veranderingen sindsdien vind ik:
– Veel meer aandacht voor alles rondom incidenten in de zorg (voorkomen, melden, analyseren, support voor het second victim…) met de nodige cultuuromslag erbij.
– Behoorlijke verschuivingen in de zorgverlening (fusies van ziekenhuizen, concentratie van bepaalde ingrepen, taakherschikking en -verschuiving door de brede opkomst van Physician Assistants en verpleegkundige specialisten…) die in mijn ogen meer positieve dan negatieve resultaten hebben opgeleverd.
– Een forse afname van professionele waardering voor artsen in de media en bij het brede publiek, bevorderd door een maatschappelijke ontwikkeling naar meer populisme en anti-intellectualisme samen met het wet voor de normering van topinkomens en zonder adequate tegensturing vanuit de artsen zelfs.
– De top-artsen-verkiezingen bestaan inmiddels niet meer, waarbij ik persoonlijk vind dat een zekere benchmarking onder specialisten niet verkeerd is. Wij moeten niet alleen op instanties zoals zorgkaart.nl varen.

Vraag 2. Digitale innovaties zijn steeds meer opkomend in de zorg. Wat vind jij hiervan en wat gaat dit denk je betekenen voor jou als arts?
De medische kennis groeit waanzinnig, het is absoluut nodig om de digitale mogelijkheden te gebruiken om bijvoorbeeld tot zeldzame diagnoses te komen, contra-indicaties niet over het hoofd te zien, of een richtlijnconform beleid te voeren. Digitaal decision support is in 2017 onmisbaar, en ook eerste projecten zoals cognitive computing door Dr. Watson van IBM bij het Anderson Cancer Center zien er veelbelovend uit. De dokter die de verantwoordelijkheid draagt zal uiteindelijk ook de beslissingen blijven moeten nemen, maar digitale ondersteuning zal over enkele jaren vanzelfsprekend moeten zijn.

Vraag 3. Je bent betrokken geweest bij het opzetten van de app Klinische Anesthesiologie en de introductie van het digitaal registreren van de anesthesiologische verrichtingen. Hoe wordt hierop gereageerd en wat is het (mogelijke) effect van deze ontwikkelingen?
De app klinische Anesthesiologie is een database van anesthesiologisch relevante geneesmiddelen en zorgt ervoor dat je de nodige kennis op je smartphone hebt. Nog liever heb je die in je hoofd, maar het is wel fijn, vooral als je de ins en outs van niet zo vaak gebruikte middelen even kunt opzoeken, voordat er mogelijk een incident plaatsvindt. Deze meerwaarde wordt ook door anderen gezien en de app kent stabiele verkoopcijfers zoals ik van de uitgeverij begrijp.
Het documenteren en registreren van anesthesiologische verrichtingen in het Erasmus MC met een app was een maatregel om een vollediger beeld van onze activiteiten te krijgen (want de app registreert makkelijker dan een papieren blokje). Ook zijn de gegevens dan direct digitaal in het systeem en kunnen niet alleen voor statistiek en benchmarking (hoeveel centrale lijnen prikken wij eigenlijk etc.), maar ook voor de declaratie door onze financiële afdeling gebruikt worden. Verder moesten de papieren bonnen in het verleden nog altijd door de secretaresse in het system ingevoerd worden, wat dubbel werk was en ook nog eens een bron van mogelijke fouten.
Ik ben zeker dat er nog veel mogelijkheden voor apps in de zorg zijn. Als ik een toegevoegde waarde zie, sta ik hier volledig voor open, en dat is ook wat ik van de werkvloer terugkrijg.

Vraag 4. IBM Watson, zorgrobots etc. Er komt steeds meer op de markt wat te maken heeft met computerkracht. Veel werk kan hierdoor worden overgenomen maar welke handeling of vaardigheid kan een computer of robot nooit van jou overnemen?
Dit is waarschijnlijk de moeilijkste vraag. Als ik nu iets roep, zal over 20 jaar bij mijn afscheid, iemand mij dit nog eens onder de neus kunnen wrijven. Maar als wij naar de ontwikkelingen kijken, dan zijn wij – zeker in de anesthesiologie – al best ver: De Sedasys®-sedatie-robot, die beoogd was om een anesthesist/sedationist tijdens de procedure te vervangen en “closed-loop-sedatie” kon geven, had vorig jaar – ik zeg bewust: helaas! – na een incident een grote recall en lijkt nu volledig van de markt. Maar ik verwacht wel dat soortgelijke systemen na de nodige technische aanpassingen en ontwikkelingen in de toekomst weer terug zullen komen. Want veel, wat enigszins gestandaardiseerd gebeurt, leent zich voor automatisering. De bijzondere menselijke eigenschap waar wij beslissingen kunnen nemen op basis van een mengsel van bewust denken en onderbewust “buikgevoel”, wat zeker in kritieke situaties bewezen handig kan zijn, zie ik nog niet zo snel in een robot terugkomen. Ik verwacht dat het dragen van eindverantwoordelijkheid op middellange termijn nog niet van de mens naar de robot overgaat. En ik kan mij ook moeilijk voorstellen, dat patiënten in deze eeuw hun informed consent aan een robot zullen geven. Ook omdat zij het toch fijn vinden, als er een arts is die de robot in de gaten houdt en zo nodig onderbreekt of bijstuurt.

Vraag 5. Wie moeten wij volgens jou aan de tand voelen met ‘Vijf Vragen Aan’?
Katja Bogomolova. Zij is Arts & Onderzoeker bij de afdeling Plastische en Reconstructieve Chirurgie Erasmus MC.