Elke week stellen wij een zorgvernieuwer vijf scherpe vragen. Door ons te beperken tot die vijf vragen, ‘dwingen’ we de spreker na te denken over de kern van de zaak. Vandaag stellen wij de vragen aan Herbert Fetter, projectadviseur bij MedMij.

Vraag 1. Wat houden jouw werkzaamheden als projectadviseur bij MedMij in?

Binnen MedMij ben ik projectadviseur voor de specifieke projecten ‘Afsprakenstelsel’ en ‘Financiering’. Voor de projecten zijn de werkzaamheden zeer verschillend.

Het bijzondere aan het afsprakenstelsel is dat een verandering op deze schaal nog een ongebaand pad is. Daarom moeten we samen met elkaar uitvinden wat de beste manier is. Zelf bouwen we niets, maar we maken spelregels om veilig en vertrouwd gegevens uit te wisselen. Hierbij moeten zowel patiënt als professional zich comfortabel voelen om er echt mee aan de slag te gaan. Mijn werkzaamheden zijn met name gericht op de doorontwikkeling van het afsprakenstelsel, met specifieke aandacht voor alle juridische thema’s (denk aan het beroepsgeheim en aansprakelijkheid omtrent data) en de inrichting van een beheerorganisatie die straks o.a. zal toezien op naleving van de afspraken. Uiteindelijk moeten zowel de patiënt als de professional ontzorgt worden.

Voor financiering staan alle werkzaamheden in het teken om financiële barrières in dit speelveld weg te nemen. Om dit te realiseren spreken we veel met de verschillende koepelorganisaties, zorgverzekeraars en het Ministerie van VWS. Door middel van de juiste interventies moet het voor alle partijen mogelijk worden om op eenzelfde manier gegevens uit te wisselen. Naast alle technische aspecten moet het natuurlijk ook financieel aantrekkelijk zijn of op zijn minst financieel neutraal.

Vraag 2. MedMij streeft ernaar dat persoonlijke gezondheidsomgevingen een prominente plek gaan innemen in de Nederlandse zorg. Wanneer is jullie doel bereikt?

Ons doel is bereikt als iedereen, die dat zelf wil, gebruik kan maken van een persoonlijke gezondheidsomgeving gevuld met alle relevante (gezondheids)gegevens en hier naar eigen behoefte iets mee kan doen. Denk bijvoorbeeld aan chronisch zieke patiënten die hun eigen ziektebeeld kunnen monitoren of een zwangere die op haar eigen PGO alle uitslagen kan bijhouden. Uiteindelijk zal voor iedereen die behoefte anders zijn. Dit is een ambitieus doel en zal echt een andere manier van werken vragen. Tegelijk biedt het ook vele kansen om de kwaliteit van zorg te vergroten of beschikbare informatie te hergebruiken wat de administratieve last kan doen verlagen.

Vraag 3. Op 21 november organiseerde jullie een MedMij-bijeenkomst. Hoe werd er op deze bijeenkomst gereageerd en wie/wat hebben jullie hiermee kunnen bereiken?

Een informatiebijeenkomst is altijd spannend. Vlak voor de bijeenkomst hebben we nog snel 30 stoelen moeten bijplaatsen om aan de vraag te kunnen voldoen, dat was zeer positief. Ook op de inhoud van de bijeenkomst is zeer positief gereageerd. Er waren ongeveer 350 mensen aanwezig vanuit zorgaanbieders, ICT-leveranciers, patiëntenvertegenwoordiging en andere geïnteresseerden. Ons voornaamste doel is om het grotere publiek voorzichtig kennis te laten maken met MedMij. Tot nu toe zijn vooral de voorlopers betrokken geweest, maar wij merken dat vanuit de zorgaanbieders en andere hoeken een steeds grotere groep geïnteresseerd is om aan de slag te gaan. Zoals bij elke succesvolle verandering mag het nooit alleen het feestje zijn van ICT, maar moeten ook de patiënten, artsen, verpleegkundigen en alle andere professionals worden meegenomen in deze ontwikkeling.

Vraag 4. Hoe denk jij dat het zorglandschap er over 25 jaar uitziet en welke rol zal MedMij hierin spelen?

25 jaar is erg ver om vooruit te kijken. Ik denk daarbij dat veel veranderingen al veel sneller op ons afkomen en dat er over 25 jaar geen ziekenhuis meer bestaat zoals we deze nu kennen. Er zijn alleen nog maar gespecialiseerde instellingen die zich focussen rondom ziektebeelden. Kijk bijvoorbeeld naar de Martini-Klinik in Hamburg. Zelf ben ik daar eerder dit jaar gaan kijken om te zien hoe zij zulke goede resultaten kunnen boeken en wat wij daarvan in de Nederlandse gezondheidszorg kunnen leren. Wellicht dat er nog wel ruimte is voor academische ziekenhuizen voor de hoog complexe zorg. Tegelijk biedt dit kansen voor de 1e lijn. Deze kan een veel belangrijkere rol gaan spelen voor de patiënt en echt de brug zijn tussen de patiënt en alle specialisten.

Dit alles is ook mogelijk omdat er een veel laagdrempelige manier van contact mogelijk is tussen patiënt en professional. De patiënt heeft zelf een compleet overzicht van alle eigen gezondheidsgegevens en kan dit gericht delen met de op dat moment benodigde arts. Digitalisering en eHealth oplossingen leiden tot warmere zorg omdat op een veel laagdrempelige manier contact gemaakt kan worden. Je ziet dit nu ook al ontstaan bij GGZ instellingen die cliënten een app meegeven. Dit geeft een gevoel dat er op hen ‘gelet’ wordt en dat ze er niet alleen voor staan.

Doordat er een compleet overzicht is van alle beschikbare gegevens is er ook veel meer ruimte voor predictive healthcare. Je ziet nu al de mogelijkheden via Watson, maar ook EPD leveranciers en andere commerciële partijen zetten flink in op deze ontwikkeling. Het is nog altijd beter om te voorkomen dan te genezen!

Vraag 5. Wie moeten wij volgens jou aan de tand voelen met ‘Vijf Vragen Aan’?

Als het aan mij ligt stellen jullie de vragen aan Ron Roozendaal, ‎Directeur Informatiebeleid/CIO, van VWS. Hij is een zeer bevlogen spreker omtrent het onderwerp informatievoorziening in de zorg. Informatievoorziening de kwaliteit van de zorg verbeterd en het gebruik van allerlei eHealth initiatieven mogelijk moet maken.