Elke week stellen wij een zorgvernieuwer vijf scherpe vragen. Door ons te beperken tot die vijf vragen, ‘dwingen’ we de spreker na te denken over de kern van de zaak. Vandaag stellen wij de vragen aan Walter Amerika, Connector in Chief van U CREATE.

Vraag 1. Kun je vertellen wie je bent en wat U CREATE is?

Sinds 2014 ben ik Connector in Chief van U CREATE, een not-for-profit organisatie die kennis, talent en professionals uit zorg en welzijn en de creatieve industrie aan elkaar verbindt om tot innovatie te komen. Mijn carrière ben ik begonnen in de marketingwereld, tot een aantal jaren geleden. Toen ben ik daaruit gestapt om me te gaan richten op innovatie: eerst van opleidingen, onder andere bij Design Academy in Eindhoven en de Hogeschool voor de Kunsten in Utrecht. Vanuit mijn rol bij de HKU ben ik gevraagd een advies te schrijven voor U CREATE, toen nog het expertisecentrum creatieve industrie van Hogeschool Utrecht. Dat advies werd de nieuwe focus van het expertisecentrum, waarna ik ben aangesteld om er invulling aan te geven. Ik ben er namelijk van overtuigd dat er voor de creatieve industrie een belangrijke rol is weggelegd bij de vernieuwing van andere sectoren. Maar ik vind dat in het onderzoek naar die rol als vernieuwer, of misschien wel als vertaler van de vernieuwing – daar kom ik later nog op terug, wel een keuze moet worden gemaakt. U CREATE richtte zich toen op mobiliteit, zorg, duurzaamheid en veiligheid. Ik heb voorgesteld de focus te leggen op zorg en welzijn. Met als belangrijkste reden dat daar een grote verscheidenheid aan innovatievragen speelt, die niet alleen betrekking hebben op technologische innovatie, maar ook op de verschuiving naar persoonlijke dienstverlening, zelfzorg en preventie. Met het verbinden van creatieve en zorgprofessionals, kunnen we komen tot zorg die niet alleen efficiënt en effectief is, maar ook empathisch. Daar bedoelen we mee dat de systemen, diensten en producten – naast dat ze nauwkeurig en gericht werken – aansluiten op de belevingswereld van mensen. Ons denken start ook altijd daar, in die belevingswereld. Van daaruit redeneren we terug, om erachter te komen wat mensen willen en hoe zij de informatie of dienstverlening het liefst gebruiken om dat te bereiken.

Vraag 2. Welke rol kunnen designers spelen bij zorginnovatie en welke ethische verantwoordelijkheid zie je voor hen?

Ontwerpers, van games, websites, technologische kleding, campagnes of producten, beheersen het spel van terug redeneren vanuit het perspectief van gebruikers tot in de puntjes. En dat is, vind ik, een heel mooi spel. Alle betrokken partijen in een ontwerptraject weten eigenlijk even weinig: de uitkomst moet in het proces boven komen drijven. Ontwerpers hebben de methodieken, instrumenten en de mindset in huis om in de chaos van dit creatieve proces steeds net voldoende structuur aan te brengen, zodat de volgende stap kan worden genomen. Ze vormen op die manier eigenlijk letterlijk een heel nauwkeurig beeld van de gevoeligheden, zowel positief als negatief, van eindgebruikers. Daarna moeten ze gaan laveren: tussen dat gevoel en bijvoorbeeld vaststaande variabelen in het (zorg)proces of richtlijnen en wensen van stakeholders. Met zo’n gedetailleerd beeld van wat mensen drijft, komt ook verantwoordelijkheid mee. Want hoever mag je gaan bij het prikkelen van mensen om ze te verleiden tot bepaalde gedragingen bijvoorbeeld? Ben je altijd ethisch verantwoord bezig als je mensen probeert ‘over te halen’ tot het maken van een gezonde(re) keuze? Waar ga je de grens over? Voor deze ethische discussie is het ook weer belangrijk dat die samen gevoerd wordt: door zorgprofessionals én ontwerpers én beleidsmakers én gebruikers. Zorgprofessionals weten alles van het verlenen van zorg op een discrete manier als het in de persoonlijke sfeer plaatsvindt. Dat moet worden vertaald naar het discreet vormgeven van processen, producten en systemen voor zorg en gezondheid.

Vraag 3. Hoe zal de zorg veranderen als empathische (ontwerp)processen en diensten een prominentere plek in het bredere zorgaanbod krijgen?

Als de focus op empathie in de ontwikkeling van zorg en welzijn echt wordt doorgezet, gaan we vormgeven aan een goed leven. Daarin zijn mensen zelf expert op het gebied van hun gezondheid. Ik maak vaak de vergelijking met de ontwikkeling van internetbankieren: voordat dat er was, was de bank een gesloten systeem. Met de komst van internetbankieren heb je de bank in huis en kun je zelf beslissen hoeveel je deze maand spaart, om maar een voorbeeld te noemen. De informatie van de bank is helemaal gericht op de behoeftes van alle gebruikers. Wil je weten hoe iemand anders spaart? Dan is daar een blog over te vinden. Wil je tips bij het openen van een zakelijke rekening? Dan is daar een pagina over op de website. Kom je er niet uit? Dan praat je met een medewerker. Om de koppeling weer te maken naar zorg en welzijn: het vormgeven aan de zorg van morgen, of een goed leven, hebben we verdeeld in vier levensfasen. Je wilt gezond opgroeien, daarna gebalanceerd leven, gelukkig oud worden en uiteindelijk waardig sterven. We zijn nu, met My Circle of Life 2018, druk bezig om de belangrijkste uitdagingen voor onze gezondheid per levensfase te onderzoeken en de juiste ontwerpoplossingen en methodieken daarbij te presenteren. Voor onze komende conferentie, Gelukkig Oud Worden op 27 juni, gaan we dan onder andere aan de slag om samen vorm te geven aan geluk. Een mooi voorbeeld vonden we daarbij in Schagen. Daar is een wethouder geluk aangesteld, die in samenspraak met bewoners een lijst van 12 punten heeft ontwikkeld waarvan zij zich gelukkiger gaan voelen in de openbare ruimte, de omgang met de beleidsmakers, in de sociale situatie enzovoorts. Dit is echt een mooi voorbeeld van een co-creatie waar we in de zorg uit kunnen putten.

Vraag 4. Wat denk jij dat er nodig is om artsen en ontwerpen meer te laten samenwerken in het toekomstige zorglandschap?

Eerst gaat het om het verstrekken van de juiste informatie, op de juiste manier. Dat geldt ook voor de omgang van mensen met hun eigen gezondheid: eerst moet je weten wat jouw gezondheid, geluk, balans en waardigheid allemaal behelst. Vanuit dat weten kun je je gedrag veranderen, eventueel met hulp van apps, games, therapie – hoe je het maar wilt, om (meer) problemen te voorkomen. Als je dan toch ziek wordt, geef je ook samen vorm aan het genezen en verzorgen van die ziekte. Voor de zorg als systeem geldt dat denk ik ook: eerst moet goed duidelijk worden wat mensen willen. Wat ze zoeken. Als we dat weten, kunnen we voorkomen dat ze ernaar op zoek moeten, maar het gewoon alvast aanbieden en zo onze gezamenlijke gezondheidsvaardigheden vergroten. In het aanbieden van verschillende keuzemogelijkheden en begeleiding bij het zorgen dat je niet ziek(er) wordt, zal het systeem ook moeten worden genezen van financiële prikkels die dat in de weg staan. En dan moet je het systeem zo gaan verzorgen dat het kan groeien: naar nog meer begrip, naar een nog betere samenwerking tussen dokter en designer, techneut, patiënt, beleidsmaker, inwoner en onderzoeker. En naar nog meer ruimte voor het faciliteren van de gezondheid van mensen. En heel concreet denk ik dat het belangrijk is dat er in deze overgangsfase mensen worden aangesteld die het onderzoeken van de samenwerkingsmogelijkheden en leren van anderen als hun kerntaak hebben. Hoe meer mensen zich hierop kunnen gaan richten, hoe sneller het zal gaan. Dan komen de inspirerende programma’s, onderzoeken, workshops, producten, diensten, systemen en debatten daar vanzelf uit voort. In co-creatie met elkaar.

Vraag 5. Wie moeten wij volgens jou aan de tand voelen met ‘Vijf Vragen Aan’?

Jelle van der Weijden. Hij is Domeinmanager bij Gezond Economic Board Utrecht.