In 2014 onthulde Sony een geheim project genaamd Morpheus. Ik moest toentertijd meteen denken aan ‘the Matrix’, waar Neo bevrijd werd uit de droom-illusie door Morpheus, die ervan overtuigd was dat Neo, ‘the one’ was. Maar de naam Morpheus is al veel ouder. Al in 8 na Christus, beschreef Ovidius in zijn Metamorphosis, Morpheus, de god van de dromen, als zoon van Hypnos, de god van slaap. De associatie van Morpheus met dromen en illusies werd begrijpelijk, toen bleek dat het geheime project virtual reality was.

Sony was niet de enige speler in het veld, want Facebook kondigde in diezelfde maand een overname aan van Oculus VR, een virtual reality bedrijf, voor 3 miljard dollar. Het zou nog twee jaar duren, maar in 2016 bracht eerst Facebook de Oculus Rift op de markt en daarna Sony de Playstation VR. Beiden virtual reality headsets, waarmee gebruikers een nieuwe wereld konden betreden.

Het effect van virtual reality op de hersens van gebruikers gaat veel verder dan bij een normaal beeldscherm, omdat het beeld met het hoofd meedraait. Hierdoor wordt de hippocampus, die normaliter in het brein zintuiglijke informatie omzet naar een ruimtelijke map van de omgeving [O’Keefe, Moser], misleid door de visuele input van de bril, waardoor je lichaam reageert op een andere werkelijkheid. Wat voor effect heeft dit precies?

Jeremy Bailenson, onderzoeker naar het effect van virtual reality op de psyche, liep bijvoorbeeld in virtual reality op een plank over een ravijn. Ook al wist hij dat hij veilig in zijn laboratium stond, hij vond het doodeng. Het brein interpreteert de virtuele realiteit als werkelijkheid. Dit is overigens niet het enige voorbeeld van het effect van virtual reality op het lichaam, kijk bijvoorbeeld eens op YouTube naar ‘virtual reality fails’.

Therapeutische waarde?

En zo verschijnt de vraag, kan een dergelijk krachtig medium van therapeutische waarde zijn? Jeremy Bailenson denkt van wel: hij vertelde aan het NRC over een patiënt met fantoompijn in wat haar rechterarm was geweest en hoe zij dat wist te overwinnen in virtual reality, door haar linkerarm te leren besturen met haar rechterarm. Overigens was Bailenson niet de enige die de potentie van virtual reality zag. Er zijn inmiddels duizenden studies gepubliceerd die onderzoek doen naar verschillende toepassingen van virtual reality, van psychiatrische exposure therapie naar revalidatie.

Laver et al. publiceerden bijvoorbeeld in 2015 een systematische review waaruit bleek dat virtual reality tot significant betere revalidatie leidt van de bovenste ledematen bij patiënten na een herseninfarct [Laver]. Virtual reality lijkt namelijk neuronale netwerken te activeren, die een positieve invloed hebben op sensorisch-motorische training. Dit was zichtbaar, niet alleen bij patiënten na een herseninfarct, maar ook bij patiënten met Parkinsons, multipele sclerose, cerebrale parese, enzovoort [Abramovich].

En diezelfde sensorisch-motorische training kan ook toegepast worden bij gezonde personen. Zo zijn er honderden studies gepubliceerd over de toepassing van virtual reality op chirurgische training in ieder chirurgisch specialisme. Bovendien trainen soldaten in het Amerikaanse leger al jarenlang in virtual reality.

Te realistisch?

Maar schuilt er ook gevaar in het realisme van virtual reality en het diepgaande effect dat het heeft op onze hersens? Ja, zegt Bailenson. Volgens hem kunnen mensen verslaafd opgaan in de virtuele realiteit, wat soms zeer gewelddadig uit kan pakken. Hierdoor lijkt de discussie over videogames en geweld ook weer op te laaien.

Bailenson adviseert ontwikkelaars om virtual reality games niet te realistisch te maken. Bailenson’s advies luidt dan ook: gebruik virtual reality voor dingen die je in het echte leven niet kunt doen, in plaats van niet zou doen.

Bekijk de referenties via de volgende link: klik hier