Elke week stellen wij een zorgvernieuwer vijf scherpe vragen. Door ons te beperken tot die vijf vragen, ‘dwingen’ we de spreker na te denken over de kern van de zaak. Vandaag stellen wij de vragen aan Fenna Heyning, internist-hematoloog en directeur van STZ.

Vraag 1. Je bent internist-hematoloog en directeur van STZ (Samenwerkende Topklinische opleidingsZiekenhuizen). Hoe zien jouw werkzaamheden binnen deze functies eruit?

Waar ik mij als hematoloog bezig heb gehouden met het helpen van de individuele patiënt, houd ik me nu bezig met het verbeteren van het systeem. Wij zijn een vereniging van voorhoedeziekenhuizen. Ruim plek maken voor innovatie in het ziekenhuis is in mijn ogen zeer belangrijk. Dat is een wezenlijk onderdeel van het topklinisch klimaat. Daarnaast zijn wetenschap en opleiding belangrijke pijlers van de STZ, dus daar houd ik me ook mee bezig. Ik zie een uitdaging om ook op dat gebied vernieuwend te zijn, zo heb ik een stage voor coassistenten bij een startup accelerator ontworpen. Zo kun je werken aan betere zorg, niet alleen voor morgen, maar ook “for the day after tomorrow”.

Vraag 2. Daarnaast ben je ook voorzitter van Stichting Genees-Kunst. Wat is Genees-Kunst?

Het doel van Genees-Kunst is om door middel van interactie met een kunstenaar de isolatie van patiënten te verminderen. De isolatie waar patiënten in terecht kunnen komen kun je letterlijk opvatten, denk aan isolatiemaatregelen bij infectiegevaar, maar zeker ook figuurlijk. Door een ernstige ziekte kun je geïsoleerd raken van de maatschappij, omdat je minder fit bent, maar ook omdat anderen je wellicht gaan mijden. De interactie tussen een kunstenaar en de patiënt is misschien wel de mooiste manier om die isolatie kleiner te maken. Als oprichter van Genees-Kunst, werk ik vrijwel wekelijks aan onze missie. Zo zijn we nu een documentaire aan het maken over het leven van een professionele ballet danseres, die leukemie heeft gekregen en behandeld is middels een allogene beenmergtransplantatie. “Blijf dansen in je hoofd” is de titel. Het verhaal dat we willen vertellen is hoe zij gedurende de gehele behandeling altijd zichzelf is gebleven, een danseres. Zij voelde zich geen slachtoffer, geen patiënt, maar bleef in contact met haar danscollega’s en ze bleef dansen, al was het soms alleen maar in haar hoofd. Dat heeft haar en haar naasten in staat gesteld om deze zware tijd te doorstaan.

Vraag 3. “Meer kwaliteit, minder verspilling.” Het is jouw ambitie om dit gedachtengoed van Michael Porter te vertalen naar concrete verbeteringen in de ziekenhuiszorg. Kun je ingaan op welke manier innovaties bij deze verbeteringen van pas komen?

Gelukkig bestaan er heel veel verschillende vormen van innovaties. We denken al snel aan technologische innovaties, maar Value based healthcare, oftewel het denken in werkelijke outcome termen voor de patiënt, is een vorm van organisatorische innovatie. Jezelf steeds de vraag stellen: Wat voeg ik nu voor werkelijke waarde toe bij mijn patiënt, klinkt heel simpel, maar blijkt in de werkelijkheid heel lastig. Mijn grootmoeder wil niet weten welke operatietechniek er gebruikt gaat worden bij haar heupoperatie, zij wil weten of ze na de operatie weer zelfstandig naar de winkels kan lopen. Maar is dat een parameter die we meten? Kunnen we haar vraag beantwoorden? Heel vaak niet, en dat is gek, vind ik.
Ik voel me zeer gemotiveerd om te zorgen dat we dat in de toekomst wel kunnen.

Vraag 4. Het zorglandschap verandert snel. Dit komt onder andere door digitalisering en innovatie. Van welke digitale innovatie ben jij onder de indruk?

Men zegt wel dat over niet al te lange tijd de helft van alle zorg die nu nog in het ziekenhuis plaatsvindt, thuis geleverd zal kunnen worden, dankzij alle technologische ontwikkelingen. Dat zal ook een significante rolverandering voor de dokter betekenen. Ze zeggen wel: Routine zorg wordt straks door robots gedaan (handen), de lastige klussen door artificial intelligence (hoofd), en het werken met het hart wordt nog meer dan nu de focus van de dokter. Hoe begeleid je iemand die net te horen heeft gekregen dat ze leukemie heeft? Hoe help je die bij de beslissing over wat de beste behandeling is? Welke behandeling doe je wel en welke niet bij een 80 jarige met 5 ernstige aandoeningen en 50 pillen te slikken op een dag? Ik kijk uit naar deze nieuwe tijd, waarin we als dokter weer dat mogen doen waarvoor we ooit geneeskunde zijn gaan studeren: Mensen helpen.

Vraag 5. Wie moeten wij volgens jou aan de tand voelen met ‘Vijf Vragen Aan’?

Felix Kreier, kinderarts bij OLVG en CMHIO. Hij is een geweldige innovator!