Elke week stellen wij een zorgvernieuwer vijf scherpe vragen. Door ons te beperken tot die vijf vragen, ‘dwingen’ we de spreker na te denken over de kern van de zaak. Vandaag stellen wij de vragen aan Jur Koksma, filosoof, universitair docent en lid van het kernteam curriculumontwikkeling van het Radboudumc.

Vraag 1. Hoe ziet een gemiddelde werkdag er voor jou uit?

Ik heb nooit een gemiddelde werkdag. Elke dag is anders. Momenteel doe ik onderzoek naar hoe we mensen kunnen helpen innovatiever te worden. We gaan er te snel aan voorbij dat innoveren iets is wat je moet leren en voor leren heb je ruimte nodig. Wanneer je als academisch ziekenhuis innovatiever wil worden, dan moet je ook inzicht krijgen in wat effectief is. Dat zijn we nu aan het doen. Zeven zaterdagen op rij zit ik nu bijvoorbeeld met 35 coassistenten ergens in het land in het atelier van steeds een andere kunstenaar, om te kijken of we weer contact kunnen maken met ons vermogen creatief en kritisch te denken, wat in medische opleidingen te weinig wordt aangesproken.

Vraag 2. Samen met een team vormde jij het nieuwe curriculum geneeskunde en biomedische wetenschappen dat vanaf 2015 is gestart aan het Radboudumc. Wat zijn de belangrijkste veranderingen ten opzichte van het vorige curriculum?

Innovatie in de zorg gaat niet over de nieuwste gadgets. Het gaat over mensen en wat ze echt belangrijk vinden in hun leven. Daarom werk ik in mijn innovatieprojecten met studenten ook altijd met human centered design als kader. Je zult eerst echt contact moeten maken met de patiënt-als-persoon, wil je snappen waar je betekenisvol kan zijn voor haar of hem. Waar ik erg trots op ben is dat we er in geslaagd zijn een curriculum te bouwen sámen met patiënten, waarin we het verhaal van de patiënt als vertrekpunt zien voor leren. En natuurlijk is het ook heel gaaf dat we onze 430 eerstejaars studenten meteen in hun eerste jaar een Innovatieproject doen waar ze 8 maanden aan mogen werken, en dan voor het ‘echie’ he. Dat is echt een majeure sprong vooruit en bijna uniek in de wereld. Er is nu al spin-off in de praktijk.

Vraag 3. Een academisch curriculum wordt vaak voor zeven tot tien jaar vastgelegd. Is dit, gezien het snel veranderende zorglandschap, niet een te lang termijn?

Achter deze vraag gaat de aanname schuil dat de eindtermen van de opleiding bepalen wat geneeskundestudenten leren. Wat ze in werkelijkheid leren is natuurlijk heel iets anders. Ze leren heel veel van hun peers en van hun ervaringen in het ziekenhuis of met patiënten wat niet in eindtermen is vervat. En van wat ze op tentamens krijgen, vergeten ze juist weer heel veel.

In ons nieuwe curriculum proberen we naar een situatie toe te groeien waarin studenten meer zelfgestuurd leren, dus dat ze bewust aan de slag gaan met onderwerpen die hun interesseren. Als er dan studenten zijn die heel veel met eHealth willen doen, dan kan dat. We willen persoonlijk ondernemerschap stimuleren op die manier. We moeten af van het beeld dat ‘iets in het curriculum’ moet, want dan is het geborgd. Nee, het curriculum moet veel opener worden, en voortdurend in beweging zijn, doordat patiënten en studenten er zich vrij in bewegen en de onderwijsorganisatie faciliteert op afstand. Ik zou er zelfs voor pleiten de geneeskundeopleiding als een vastomlijnd geheel op te geven voor een nieuw en humaner model.

Vraag 4. Welk advies zou jij willen meegeven aan jonge zorgvernieuwers die een bijdrage willen leveren aan de verbetering van de zorg?

Laat je niet gek maken. Hou van mensen. Kijk goed om je heen. Verken andere werelden. Klop op deuren. Hou van mensen. Test je eigen aannames. Hou je hart erbij. Durf te spelen. Hou van mensen.

Vraag 5. Wie moeten wij volgens jou aan de tand voelen met ‘Vijf Vragen Aan’?

Stefanie van den Bosch, MKA-chirurg in het AMC. Stefanie is een fantastisch rolmodel voor jonge innovator-dokters die twijfelen aan de combinatie zorg en innovatie. Ze weet hoe lastig dat kan zijn, maar ook hoe je steeds toch weer verder kunt komen.