Afgelopen week lag ik als simulatiepatiënt achterin een chinook, een militaire transporthelikopter. Medische teams oefenden het evacueren van gewonden uit vijandelijk gebied. De grootste uitdaging van werken in zo’n helikopter is verwerken van informatie. Er zijn enorm veel factoren die ruis geven. Letterlijk en figuurlijk. Toch moet je tijdens een vlucht, die soms uren kan duren, communiceren met patiënt en collega’s en de juiste beslissingen nemen. In zulke situaties helpt het dat zoveel mogelijk procedures volgens vaste afspraken en protocollen verlopen. Hierdoor voorkom je dat er informatie gemist wordt of verloren gaat. Deze gestructureerde aanpak van verzamelen en verwerken van informatie staat in sterk contrast tot de werkwijze op de afdelingen waar ik afgelopen maanden coschappen liep.

Als coassistent zie ik nieuwe patiënten vaak als eerste. Nadat ik de anamnese heb afgenomen en de patiënt heb onderzocht, draag ik mijn bevindingen over aan de arts-assistent. Die herhaalt en stelt aanvullende vragen en doet het lichamelijk onderzoek over. Samen gaan we naar de supervisor waar dit proces zich opnieuw afspeelt. Opvallend is dat zowel werkwijze als vraagstelling grotendeels overeen komen maar verschillende resultaten oplevert: Patiënten geven regelmatig andere antwoorden aan de assistent of supervisor dan die ze een kwartier daarvoor aan mij gaven. Toen ik een aantal patiënten vroeg waarom ze dit deden, gaven ze het volgende aan: De vraag kwam onverwacht en vroeg een diepe duik in het geheugen. Tijdens het overleg tussen supervisor en mij kregen ze de tijd om over hun antwoord na te denken en bleek het antwoord anders te zijn dan het antwoord dat ze in eerste instantie hadden gegeven.

Gemiste informatie

Op basis van de ingangsklachten is goed te voorspellen welke vragen we aan patiënten stellen. Toch stellen we die vragen pas op het laatste moment, tijdens het consult. Hierdoor krijgen patiënten nauwelijks de tijd om na te denken over hun antwoord. Vervolgens gaan veel artsen er vanuit dat patiënten exact onthouden wat hen verteld wordt tijdens een consult. Zowel het verzamelen en verwerken van data door de zorgverlener als het geven van advies aan de patiënt worden in een consult van een paar minuten gepropt. Dit maakt het risico dat de zorgverlener of patiënt cruciale informatie mist enorm groot.

Digitaal is slimmer

Verschillende zorgverleners maken al gebruik van gestandaardiseerde vragenlijsten die een patiënt invult voorafgaand aan het consult. Neem bijvoorbeeld de preoperatieve consulten van de anesthesiologie. De zorgverlener neemt de antwoorden door en gaat tijdens het consult in op de opvallende en ontbrekende antwoorden. De patiënt krijgt hierdoor aanzienlijk meer tijd om antwoorden te herinneren of op te zoeken/na te vragen. Vaak gaat het echter om geprinte standaardlijsten. De inzet van slimme software zou een grote kwaliteitsimpuls aan informatieverzameling en verwerking kunnen geven. Een programma levert bijvoorbeeld een gepersonaliseerde vragenlijst waarbij rekening wordt gehouden met de (medische) voorgeschiedenis van een patiënt. Het programma gaat aan de slag met de antwoorden, stelt vervolgvragen en identificeert aandachtspunten. Vervolgens ontvangt de zorgverlener een overzicht met daarin de aandachtspunten, suggesties voor vervolgvragen of onderzoek en een samenvatting van de meest recente inzichten met betrekking tot dit ziektebeeld.

De mogelijkheden bestaan al. Tot nu toe wordt er helaas nog weinig gebruik van gemaakt. Ook in het geneeskundecurriculum is er nauwelijks aandacht voor digitale hulpmiddelen in consultvoering. Het zou de kwaliteit van informatieverwerking, en daarmee de doelmatigheid en veiligheid van zorg, dan ook enorm ten goede komen als (toekomstig) zorgverleners zouden leren om meer gebruik te maken van slimme software.