Een contactlens die je bloedglucose meet, een drone die medicijnen of een AED komt brengen, kleding die je vitale functies registreert, robotica die operaties uitvoeren, et cetera. Allemaal ontwikkelingen die volop aan de gang zijn. Het is niet voor niets dat grote bedrijven zoals Apple, Google en Amazon druk bezig zijn met het realiseren van vooruitstrevende innovaties die behoorlijke impact zullen hebben op de zorgsector. Realiseer je je bijvoorbeeld dat tien jaar geleden de eerste iPhone pas nét op de markt kwam, en dat vijf jaar geleden de stappenteller functie er pas aan werd toegevoegd? Inmiddels is er een grootschalige beweging waarbij mensen hun telefoon als dashboard voor hun eigen gezondheid gebruiken. De groei van innovaties in de zorgsector gaat, mede dankzij dit soort vooruitstrevende bedrijven, sneller dan ooit.

Ondanks het feit dat deze innovaties op de korte termijn een grote revolutie teweeg zullen brengen, wordt er op medische faculteiten en in ziekenhuizen beperkt aandacht aan besteed. Een gemiste kans, want er zitten veel toepassingen tussen die bij zullen dragen aan een betaalbare, toegankelijke en kwalitatief goede zorg. Bijvoorbeeld door het gebruik van Watson, de supercomputer van IBM die een diagnose stelt en een behandeling kiest. Een arts baseert zijn keuzes op eerder opgedane kennis en ervaringen. Watson bekijkt binnen milliseconden naar miljoenen artikelen en beeldvorming met betrekking tot het onderwerp; meer dan wat een mens ooit zou kunnen onthouden. Watson interpreteert de ingevoerde data en zal aan de hand daarvan een overzicht geven van de verwachtte diagnose en behandeling met het beste resultaat. Deze up to date en evidence based informatie zal in de komende jaren in steeds meer ziekenhuizen te vinden zijn en radio- en oncologen enorm kunnen ondersteunen in de te maken keuzes.

Maar ook Babylon Health is hier een voorbeeld van; een app (AI-powered chatbot) die als dokter fungeert. Je typt je symptomen in, waarna Babylon je gericht vragen stelt. Vervolgens zal Babylon de meest waarschijnlijke diagnose stellen en je tips geven welke (en met welke mate van urgentie) je bepaalde stappen moet ondernemen. Eén daarvan is het starten van video messaging waarbij je met een medicus in gesprek komt en door middel van beelden eventuele uiterlijke symptomen kunt laten zien. Vervolgens kun je zelfs worden doorverwezen naar een specialist of kan een recept worden voorgeschreven en doorgestuurd. Ook heeft de app trackers voor je dagelijkse fysieke activiteit, zoals mate van beweging en hartslag, en neemt het deze data automatisch mee in het consult. Wanneer concepten zoals dit de nieuwe standaard worden, kan dit zeer tijd- en kostenbesparend zijn.

Innovaties in het curriculum

Naast dat dit soort innovaties gegarandeerd gebruikt gaan worden in ziekenhuizen, zit er ook zeker potentie in het gebruik van dit soort innovaties in het curriculum van (para-)medische opleidingen, denk bijvoorbeeld aan de Microsoft Hololens. Via hologrammen kunnen weefsels, organen of hele lichamen in 3D gezien worden van verschillende kanten, ideaal voor bijvoorbeeld het bestuderen van anatomie.

Uit een onderzoek van De Geneeskundestudent uit 2017 blijkt dat meer dan driekwart van de geneeskundestudenten zich niet goed voorbereid voelen op de zorg uit 2035 en vindt een meerderheid dat er meer aandacht moet komen in opleidingen. De partij waardoor zij het liefste geïnformeerd worden is de opleiding. Hierdoor willen zij vooral geïnformeerd worden over nieuwe manieren voor diagnostiek/behandeling, en nieuwe beroepen binnen de gezondheidszorg [1].

Aanstaande revolutie

De relatief beperkte aandacht die aan deze ontwikkelingen wordt besteedt in opleidingen en ziekenhuizen staat niet gelijk aan de omvang en snelheid van deze aanstaande revolutie. Jaarlijks komen er namelijk 2785 [2] nieuwe geneeskundestudenten bij, die door de universiteiten nauwelijks worden geïnformeerd over deze ontwikkelingen. Merkwaardig, als je je realiseert dat de studie van eerstejaars geneeskundestudent tot specialist in Nederland gemiddeld zo’n tien jaar duurt. Er is namelijk geen twijfel over of Artificial Intelligence (AI) over tien jaar een grote rol zal spelen in de gezondheidszorg. Hetzelfde geldt voor trends zoals robotica, 3D printing en wearables. Natuurlijk kunnen we nooit in detail weten hoe en op welke manier deze innovaties over tien jaar geïntegreerd zijn in het zorgsysteem, maar we weten wel dát ze belangrijk worden. Het is dan toch niet te veel gevraagd om van de universiteiten te verwachten dat enkele basisprincipes onder de aandacht worden gebracht?

Depersonalisatie

Daarnaast zal het belang en de vraag naar technologieën alleen maar groter worden voor de (toekomstig) arts. De te verkrijgen medische kennis breidt zich exponentieel uit. Terwijl het verdubbelen van deze kennis nog vijftig jaar duurde in 1950, zeven jaar in 1980 en drieënhalf jaar in 2010, is de verwachting dat dit in 2020 elke 73 dagen zal gebeuren [3]! Onmogelijk om deze kennis bij te houden als arts. In plaats van achter de feiten aan te blijven lopen op dit gebied, kunnen bepaalde technologieën artsen hierbij assisteren. Zo kunnen artsen zich meer focussen op de patiënt als persoon, in plaats van tijd besteden aan het uitzoeken van (nieuwe) informatie, terwijl een supercomputer dit bewezen beter kan. In de praktijk blijkt namelijk dat deze depersonalisatie iets is wat mensen afschrikt. Het menselijke aspect is dus iets wat nooit weg mag gaan uit de praktijk. Innovaties moeten de communicatie tussen patiënt en arts aanvullen, maar niet vervangen.

Digitale revolutie

Zoals beschreven is de revolutie van digitalisering in de zorg onvermijdelijk, maar we zullen altijd moeten waken voor eventuele risico’s bij het implementeren ervan. Naast depersonalisatie, zijn namelijk ook ethiek en privacy topics die mee moeten worden genomen in de ontwikkeling hiervan. Echter blijft het feit, of je het nou wilt of niet, dat technologieën een steeds grotere rol zullen gaan spelen in de zorgsector. Het is niet zomaar dat de overheid eHealth dan ook in haar meest recente regeerakkoord noemt als ’’oplossing voor de schaarse capaciteit aan zorgpersoneel in deze periode van vergrijzing’’. De overheid heeft daarom 20 miljoen euro uitgetrokken om het gebruik van eHealth te stimuleren [1]. Het is zonde hierin achter te blijven en geen gebruik te maken van deze innovaties die als zeer waardevolle toevoegingen kunnen fungeren. We kunnen hier maximaal profijt van hebben door de nieuwe (en al bestaande) lichting medici hierover te informeren.

Mocht je geïnteresseerd zijn en/of deze informatievoorziening een gemis vinden, dan kun je deze zoektocht ook altijd zelf starten. Door nieuwsgierig te blijven, boeken te lezen, websites te bezoeken en vooraanstaande bedrijven en personen op dit gebied te volgen via sociale media, kun je jezelf goed ontwikkelen op dit gebied. Ga gesprekken aan, durf vragen te stellen, wees vooral niet bang voor veranderingen en stel je visie bij waar nodig.

Bronnen
[1] Bontje, W. (2017). Onderzoeksrapport Zorg van de toekomst. De Geneeskundestudent.
[2] Paauw, S. (2017, February 28). Meer aanmeldingen voor decentrale selectie.