Aan het einde van mijn tweede jaar heb ik voor het eerst kennis mogen maken met de patiënt. Rustig en zonder beweging lag de patiënt in bed, aangesloten op de meetapparatuur die mij liet aflezen hoe het verder met hem ging. De situatie was stabiel. Ik bevond me enige tijd in de kamer om mij te verdiepen in de omgeving. Wat was er allemaal te zien en uit te voeren? Mijn gedachten dwaalden af, terwijl ik de EEG in de gaten hield. Plots begon de patiënt hevige braakgeluiden te maken en geschokt keek ik op. In de hal van de kamer hoorde ik gelach. Eén van mijn medestudenten had de patiënt via het controle- panel doen braken.

Een simulatiepatiënt; de toekomst voor de geneeskundestudent? Ik vind het in ieder geval geweldig. Situaties die normaliter nooit geoefend kunnen worden met patiënten, kunnen hier zo vaak over worden gedaan als je maar wilt. De student weet dat deze situaties zich kunnen voordoen in een verdere carrière, maar voelt zich op zijn of haar gemak om fouten te maken. Er kunnen zoveel fouten gemaakt worden als nodig, om er daarna van te leren.

De simulatiepatiënt uit het LUMC is een levensechte robot, die geluid maakt  en zijn ogen kan openen en sluiten. Vanuit de hal kun je de nagebootste kamer binnenkijken, andersom niet. In de hal staat een bedieningspanel waarmee je situaties nabootst: de hartslag kan omlaag worden gebracht – wat terug te zien is op de meetapparatuur in de kamer – de patiënt kan allerlei soorten geluiden maken, de ademhalingsfrequentie kan omhoog worden geschroefd, noem maar op. Dit zijn dus voornamelijk noodsituaties die zich ook kunnen voordoen in het ziekenhuis.

Het practicum dat wij aan het uitoefenen waren, had vrij weinig te maken met deze simulatiepatiënt. Het leek de docent gewoon leuk om ons eens kennis te laten maken met deze patiënt. We werden met z’n allen naar een kamertje gebracht waar we op een groot scherm mee konden kijken in de kamer. De rollen werden verdeeld: een verpleegkundige, een arts, een doktersassistentie en co-assistente. Ik bleef met een groepje achter in de kamer en kon via een live scherm meekijken met wat er allemaal gebeurde, terwijl de docent de patiënt bediende. De verpleegkundige ging als eerste naar binnen en stelde de patiënt vragen. De docent kon hierop antwoorden waardoor het leek alsof de patiënt antwoord gaf. De reacties vanuit de kamer, en de chaos die ontstond door de plotselinge blootstelling aan deze noodsituatie, waren interessant om te bekijken van een afstandje. Wel zo lekker veilig natuurlijk. Achteraf kwamen we met z’n allen samen om de gehele situatie te bespreken, tips uit te wisselen en te discussiëren over hoe het de volgende keer beter kan.

Wij als klinische technologen hebben (nog) niet veel onderwijs gekregen over het handelen in noodsituaties, op onze EHBO na. Om zo in het diepe te worden gegooid in een simulatiekamer is dan ook zeker spannend. Interessant vond ik om te zien dat we al veel wél konden. Stiekem krijg je van alles om je heen al aardig mee: tijdens gesprekken, colleges, de zorgstage en natuurlijk Grey’s Anatomy. Wanneer je de kamer uitloopt, kun je weer wat zekerder zijn over jezelf voor het moment dat zo’n situatie zich in het echt voordoet. En ik denk dat dat het mooiste is van zo’n simulatiekamer; het geeft de studenten vertrouwen. Het vertrouwen in dat ze weten wat ze moeten doen, zodat ze op het juiste moment genoeg zekerheid hebben om direct juist te kunnen handelen. Zodat ze de durf hebben om anderen aan te sturen en niet af te hoeven wachten op een signaal van iemand anders. Kortom, ik kan niet wachten om weer in contact te komen met deze patiënt en wil dan zeker zelf de kamer in.

Lisanne de Moel is studente Klinische Technologie aan het Erasmus MC, het LUMC en de TU Delft.