Om eraan bij te dragen dat thuiszorgtechnologie meer cliënten, mantelzorgers en professionals kan ondersteunen, gaat minister Hugo de Jonge van VWS een Stimuleringsregeling E-health Thuis beschikbaar stellen als onderdeel van het programma Langer Thuis. Hiervoor is de komende drie jaar jaarlijks circa 30 miljoen euro beschikbaar, aldus de bewindsman in een Kamerbrief.

De stimuleringsregeling voor eHealth maakt deel uit van meerdere maatregelen om het gebruik van digitale toepassingen in de thuiszorg te stimuleren. Volgens De Jonge blijft de sector op dit punt achter, terwijl digitale toepassingen zoals met internet verbonden medicijndispensers of leefstijlmonitoring via sensors kunnen helpen om zelfzorg te verbeteren en werkdruk te verminderen.

De Stimuleringsregeling E-health Thuis wordt op dit moment uitgewerkt, laat De Jonge weten. ‘Ik wil dat de regeling een impuls geeft aan de daadwerkelijke implementatie van e-health in werkprocessen in de zorg en ondersteuning.’De minister verwacht de Tweede Kamer in het vroege begin van 2019 over de stimuleringsregeling te kunnen informeren.

Wel degelijk vergoedingsmogelijkheden e-health

De Jonge reageert met zijn Kamerbrief van eind september op vragen van Tweede Kamerlid Corinne Ellemeet van GroenLinks. Die wilde weten wat er klopte van berichten dat toepassing van technologie in de thuiszorg achterblijft omdat er een verdienmodel ontbreekt. Volgens De Jonge is er wel sprake van achterblijven van de sector, maar zijn er ook wel degelijk vergoedingsmogelijkheden voor eHealth.

De bekostiging van de inzet van thuiszorgtechnologie als onderdeel van zorg is wel degelijk mogelijk binnen de wettelijke kaders, stelt de minister. Dit blijkt bijvoorbeeld uit de ‘Wegwijzer bekostiging e-health’ van de NZa (Nederlandse Zorgautoriteit). De toezichthouder bracht deze wegwijzer in juni vervroegd uit om aan te geven welke uitbreiding van vergoeding voor e-health toepassingen er heeft plaatsgevonden.

Opties voor een verdienmodel

De Jonge somt een aantal bestaande opties voor vergoeding van e-health op die daarmee een verdienmodel onderbouwen. Daarbij stipt hij aan dat zorgverzekeraars al actief meedenken en -werken om dit mogelijk te maken.

  • De technologie die wordt ingezet bij het leveren van zorg in het kader van de Zorgverzekeringswet (Zvw) en de Wet langdurige zorg (Wlz) wordt indirect vergoed. De vergoeding voor technologie is verdisconteerd in de integrale vergoeding die een instelling ontvangt. Dit is vergelijkbaar met kostenposten als overhead of loonkosten die een instelling ook noodzakelijkerwijs moet maken.
  • Er is ruimte om extra vergoedingen af te spreken voor zorgtechnologie. In de Wlz kan dit bijvoorbeeld bij de jaarlijkse budgetafspraken tussen zorgaanbieder en zorgkantoor. Het zorgkantoor kan een hoger tarief – tot de maximum beleidsregelwaarde van de NZa – afspreken met een zorgaanbieder om bekostiging van zorgtechnologie mogelijk te maken. Of door gebruik te maken van de extra vergoedingen voor beeldschermcommunicatie en farmaceutische telezorg (ook mogelijk in de wijkverpleging).
  • In de wijkverpleging bestaat de prestatie ‘Beloning op maat’, die ruimte biedt voor concrete afspraken met de zorgverzekeraar over thuiszorgtechnologie. Dit vraagt wel om een gezamenlijke business case van zorgaanbieder(s) en financiers van zorg. Dit kan een complexe exercitie zijn, geeft De Jonge toe, want gaat soms over grenzen van domeinen heen, maar het is mogelijk.
  • Het grote experiment in de wijkverpleging en de beleidsregel Innovatie voor kleinschalige experimenten bieden ruimte voor maatwerkafspraken over de inzet van thuiszorgtechnologie. Een voorbeeld vis een opslag bovenop het uurtarief waardoor een specifieke investering in technologie door een zorginstelling sneller wordt terugverdiend. Of een afspraak waarbij een zorgaanbieder tijdelijk wordt gecompenseerd voor het verlies aan zorgomzet als gevolg van de doelmatige inzet van technologie.
  • Vanuit de Wet maatschappelijke ondersteuning zijn er mogelijkheden om thuiszorgtechnologie (indirect) te bekostigen. Bovendien hebben veel gemeenten programma’s en initiatieven die adoptie van thuiszorgtechnologie bevorderen.
Stimuleren en faciliteren

Omdat desondanks de toepassing van digitale technologie in de thuiszorg achterblijft, faciliteert en stimuleert VWS de inzet actief op verschillende manieren. Voorbeelden zijn het optimaliseren van economische randvoorwaarden door, waar nodig, extra prikkels voor eHealth in de bekostiging aan te brengen.

Ook verkent VWS met verzekeraars en zorgkantoren innovatieve zorginkoop door onderzoek uit te laten voeren naar de succes en faalfactoren bij de inkoop van innovatieve zorg. Verder verspreidt VWS goede voorbeelden zoals de meerjarencontracten en/of vormen van domeinoverstijgende ‘shared costs & savings’, bijvoorbeeld via health impact bonds.

Met de extra middelen uit het Regeerakkoord wordt vanuit VWS het communicatietraject Zorg van Nu gestart om het algemene publiek en professionals te wijzen op de kansen en mogelijkheden van innovaties in de zorg en in nieuwe zorgprocessen. ‘Goede voorbeelden en mooie initiatieven worden hiermee ter inspiratie onder de aandacht gebracht van betrokkenen in het veld, zodat dit een logisch onderdeel wordt van zorg en ondersteuning.’ Hierbij wordt samengewerkt met diverse partners uit het zorg-, welzijns- en onderwijsveld.

Versterken digitale vaardigheden

Met dezelfde partners wordt gewerkt aan het versterken van de digitale vaardigheden van het huidige en toekomstige personeel in de zorg. VWS stimuleert naar eigen zeggen het ‘patient included’ en ‘nurse included’ werken door ervaringsdeskundigen en verpleegkundigen in alle innovatie-activiteiten van het veld en van VWS te betrekken.

Ten slotte zijn in de hoofdlijnakkoorden (waaronder wijkverpleging) die recent voor de curatieve sector zijn gesloten, afspraken gemaakt over het stimuleren van het gebruik van e-health waar nuttig en doelmatig.

Bron: ICT&health