Momenteel leer ik hele interessante en nieuwe dingen tijdens mijn minor ‘influencing people’ aan de Erasmus Universiteit in Rotterdam. Dit is iets waarvan niet iedereen zou denken dat het nuttig is voor een studie in de medische of technische sector. Maar ik ben erachter gekomen dat deze minor behoorlijk wat meerwaarde heeft voor mijn verdere ontwikkeling in de technische en medische wereld. Tijdens de minor leer ik namelijk, de naam geeft het al een beetje weg, hoe je mensen kunt beïnvloeden.

Mensen beïnvloeden klinkt voor velen eerder negatief dan positief. Het is echter toepasbaar in elk vakgebied. Zo ook in mijn vakgebied. Tijdens mijn hoorcolleges komt de arts-patiënt relatie erg vaak naar voren. Hoe zorg je ervoor dat de patiënt daadwerkelijk naar je luistert en nog belangrijker, dat de patiënt jouw adviezen opvolgt? En op welke manier kan je ervoor zorgen dat je een patiënt, met weinig kennis over de situatie, toch duidelijk kan maken wat je bedoelt? Dit zijn vraagstukken waar ik tijdens mijn minor meer inzicht in heb gekregen.

Ondanks dat ik tien weken lang even weg ben uit de medische en technische wereld, kom ik het toch overal nog tegen. Zo ook afgelopen donderdag, toen ik een bezoek bracht aan de huisarts. Na kort te hebben gewacht in de wachtkamer, mocht ik plaatsnemen in de spreekkamer. Ik wilde een moedervlek laten controleren en misschien laten weghalen. Na een aantal vragen bekijkt dokter X mijn moedervlek eens van dichtbij. Hij stelt nog wat vragen en loopt terug naar zijn bureau. Vervolgens begint dokter X hard te tikken op zijn toetsenbord. Er wordt van alles genoteerd, zonder ook maar enige woordenwisseling met mij. Ik merk dat ik me ongemakkelijk voel. Wat is precies de bedoeling? Moet ik hier blijven zitten of op de gang wachten? Ik probeer mee te lezen met wat dokter X zo druk aan het typen is en een paar bekende woorden flitsen voorbij.

Dokter X kijkt op van zijn scherm en vertelt mij dat hij de behandeling niet zelf kan uitvoeren en verwijst me door naar een plastische chirurg. Prima, ik begrijp het. Opnieuw gaan zijn ogen richting het scherm. Toevallig begrijp ik wat dokter X aan het doen is; via een doorverwijsprogramma alles in orde maken. Ik kan dit zelf zien op het scherm, zonder dat me iets is uitgelegd. Ik zucht eens diep en vraag me af of dit eigenlijk al het moment was geweest waarop ik had moeten vertrekken. Na zo’n twee minuten en aardig wat gezucht van de dokter over “hoe sloom deze computer is”, krijg ik een papiertje mee met de doorverwijzing. Op de fiets naar huis merk ik dat ik me totaal niet fijn voelde bij deze situatie. Het is vast en zeker nodig om alles te rapporteren, maar moet dat op deze manier? Als medisch student begrijp ik grotendeels nog wat er gebeurt, maar wat als ik deze voorkennis niet had gehad?

Ik denk terug aan mijn zorgstage waarin ik mij zo verbaasd heb over de hoeveelheid tijd die de verpleegkundigen kwijt zijn aan het rapporteren. Iedere verpleegkundige deed dit weer op zijn/haar eigen manier, maar ook hierbij zag ik dat dit vaak ten koste ging van de patiënt. Tijdens de ochtendronde werd gecommuniceerd met de patiënt en werd alles ook direct meegetikt op de computer. Hierbij gaat naar mijn mening de nodige aandacht verloren aan de patiënt. Nu ik het zelf, op een nog luchtige manier, heb meegemaakt snap ik dat dit als patiënt vervelend kan zijn.

Het is al eerder gezegd en wordt al vaker geroepen door verpleegkundigen, maar ik vind dat er echt iets moet gebeuren aan al dat rapporteren. Patiënten zullen een arts minder gaan waarderen, wanneer hij of zij meer aandacht voor zijn scherm heeft dan voor de patiënt. En wanneer een individu iemand minder aardig vindt, zal hij of zij niet zo snel meer iets aannemen van diegene. Dit is gebaseerd op één van de principes Cialdini ‘Liking’. Dat heb ik dan weer geleerd tijdens mijn minor.

Lisanne de Moel is studente Klinische Technologie aan het Erasmus MC, het LUMC en de TU Delft.