The Quantified Self, een beweging bedacht door twee redacteurs van Wired Magazine, draait om zelfkennis die kan worden opgedaan door zelfmetingen met behulp van technologie. Dit gaat verder dan de gewoonte om op een weegschaal te staan of je stappen te registreren met je smartphone. Inmiddels kunnen wearables, de zogeheten computertjes die gedragen worden op het lichaam, tientallen parameters bijhouden. Denk aan hersenactiviteit, stress, slaap, hartritme, et cetera. Het gebruik van wearables neemt dan ook snel toe [1].  

Door de opkomst van smartphones, de uitbreiding van de sensoren hierin en de verbetering in het opslaan van data, zijn we steeds meer in staat variabelen uit ons dagelijks leven weer te geven in cijfers. Door deze cijfers te verwerken en hierop te reflecteren, kunnen we ervan leren en onze leefstijl aanpassen en verbeteren. Deze cijfers zijn vaak al zo weergegeven dat je meteen kunt zien waar verbetering te behalen valt [2]. En wat blijkt: vier op de vijf personen die aan zelfmeting met betrekking tot gezondheid doet, heeft zijn gedrag weleens aangepast naar aanleiding van de uitkomsten hiervan [3]. Peter van Eijndhoven omschrijft dit als een zesde zintuig: het verzamelen van informatie creëert feedback loops, waardoor mensen hun gedrag veranderen met als doel het verbeteren van hun geluk, welzijn en prestaties. En uiteindelijk hopen ze deze veranderingen terug te zien in de volgende meting.

Samen wijzer worden

Het meten van lichaamsgewicht, stappen en voeding is nu het populairste. Daarnaast, maar een stuk minder populair, worden ook slaap, stress en emotie [4] bijgehouden. We zijn op weg naar een beweging waar veel meer parameters gemeten gaan worden. Daar zou je familie of (huis)arts ook inzicht in kunnen krijgen, om er samen wijzer van te worden. Al blijft de keuze natuurlijk altijd bij de persoon zelf of hij dit wel of niet wil delen. De gemeten informatie kan meegenomen worden in het consult door je (virtuele) arts, wat het stellen van een diagnose of behandeling zou kunnen vergemakkelijken. Nadat bepaalde waarden voor een langere periode gemeten zijn, kan dit een goed inzicht geven in je leefstijl. Denk bijvoorbeeld aan bloedsuiker, bloeddruk, lichaamstemperatuur, voeding en mate van beweging. Kennis hierover kan bijdragen aan een beter besef en begrip van het probleem voor zowel de arts als de patiënt. Meer duidelijkheid over het probleem kan het bereiken van een oplossing makkelijker maken. Wanneer een diagnose is gesteld en er een bepaald (niet-)medicamenteus behandeltraject wordt gestart, kan het effect terug te zien zijn in de waarden. Zo zou je bijvoorbeeld kunnen zien of de bloedsuikerspiegel wel reageerde op het medicijn, of dat de 10.000 aanbevolen stappen op de stappenteller bereikt zijn. Daarnaast zou een wearable in noodsituaties ook een belangrijke functie kunnen hebben, door bijvoorbeeld bij een hartstilstand direct een noodsignaal te versturen.

Ontwikkelingen

Ondanks dat het lijkt alsof we op dit moment al veel kunnen meten, zijn we nog niet op het punt dat we dit op grote schaal toepassen in de praktijk. Om de beweging niet te laten afzwakken maar te laten ontwikkelen, moet er namelijk nog veel gebeuren. Ten eerste zal er een transitie moeten plaatsvinden waardoor de wearables continu meten zonder eerst geactiveerd te hoeven worden. Ten tweede moeten de wearables accurater worden in metingen. Bij een onderzoek waarbij door verschillende stappentellers 500 stappen werd gemeten, bleken meerdere trackers nogal onnauwkeurig [5]. Ten derde moeten wearables gecombineerd worden, zodat er niet voor elke verschillende parameter een aparte wearable nodig is. We wachten namelijk nog steeds op de juiste wearable die veel bestaande trackers combineert. Daarnaast zullen er ook wearables van op het lijf naar in het lijf gaan, ook wel internables of implantables genoemd. Dit zijn bijvoorbeeld pillen met sensoren of chips onder je huid. Deze kunnen glucose, insuline, cholesterol of ontstekingswaarden nauwkeurig meten. Naast het meten, zou een chip ook gebruikt kunnen worden voor andere doeleinden, waaronder het uploaden van gegevens in je Elektronische Patiënten Dossier (EPD).

Ingrijpen in het lichaam

Zoals eerder beschreven valt op dit moment al erg veel te meten. Muse is een hoofdband met hersensensoren, die door het meten van breinsignalen real time feedback kan geven over de effectiviteit van mediteren. Sokken van Sensoria meten je looptechniek, snelheid en de hoogte waarop je je bevindt. Bragi Dash oordopjes meten je lichaamstemperatuur, verbrande calorieën, hartritme, zuurstofsaturatie, enzovoort. Maar er zijn ook wearables die niet alleen meten, maar ook direct interfereren met je lichaam. Bijvoorbeeld Thync, waarbij je via je smartphone elektroden in je nek kunt aansturen voor neurostimulatie, waardoor je kalm of juist energiek wordt. Maar moeten we dit wel willen; een wearable die in het complexe systeem van je lichaam gaat ingrijpen om een gewenst effect te krijgen.

Gezonder leven

We worden steeds meer bewust van de waarde die het voor ons heeft om informatie over je gezondheid en leefstijl te krijgen. De verkregen gegevens kunnen ons aanzetten gezonder te gaan leven. De verwachting is dat het nog enkele jaren duurt voordat dit op grote schaal in de praktijk is terug te zien. De ontwikkelingen gaan erg snel, maar die ene wearable die meerdere trackers combineert en accuraat is, moet nog op de markt komen.


[1] Meskó, B. (2017). The guide to the future of medicine: Technology and the human touch.USA: Webicina Kft.
[2] Wolf, G. (2010, September 27). Retrieved October 20, 2018, YouTube
[3] De Groot, M., & Van Dijk, V. (2013). Zelfmeting zorgt voor gezonder gedragHanze University of Applied Sciences. Retrieved October 20, 2018.
[4] Peter van Eijndhoven
[5] De Groot, M. (n.d.). Quantified Self Institute (QSI)Hanze hogeschool Groningen.