Elke week stellen wij een zorgvernieuwer vijf scherpe vragen. Door ons te beperken tot die vijf vragen, ‘dwingen’ we de spreker na te denken over de kern van de zaak. Vandaag stellen wij de vragen aan Tjitte Verbeek van Buuren, huisarts in opleiding en co-founder van twee ondernemingen.

Vraag 1. Hoe ziet een gemiddelde werkweek er voor jou uit?

Ik werk drie dagen per week in de huisartsenpraktijken van mijn opleiders en een dag per week is er scholing voor huisartsen in opleiding in het Universitair Medisch Centrum Groningen. Daarnaast reserveer ik tijd voor het ontwikkelen van zorginnovaties, iets wat vaak in de avonduren en weekenden gebeurt, maar ook tussen de patiënten door ben ik vaak bezig met het bedenken, uitwerken of overleggen over onze projecten. Maar gelukkig blijft er ook tijd over die ik doorbreng met mijn vrouw en zoon!

Vraag 2. Nutte van Belzen benoemde eerder in deze rubriek hoe knap hij het vindt hoe jij je opleiding combineert met je nauwe betrokkenheid bij de ontwikkeling van OSAsense. Kun je wat meer vertellen over wat OSAsense is en hoe dit product het zorglandschap beïnvloedt?

OSAsense is ontstaan nadat we ons realiseerden dat de huidige detectie van slaapapneu veel te wensen over laat. We ontdekten dat 20% tot 35% van de patiënten die naar het ziekenhuis wordt verwezen voor onderzoek naar slaapapneu geen slaapapneu heeft. Tegelijkertijd loopt een groot deel van de mensen met slaapapneu ongediagnosticeerd rond met klachten waarvoor ze geen behandeling krijgt. Verder is poly(somno)grafie, de huidige methodiek om slaapapneu vast te stellen, complex, tijdrovend en duur.

Daarom ontwikkelden we het OSAsense platform: een oplossing waarmee patiënten laagdrempelig, snel en kosteneffectief gescreend kunnen worden op de aanwezigheid van slaapapneu. Ons primaire doel: patiënten met een hoog risico op slaapapneu sneller, eenvoudiger en tegen lagere kosten opsporen.

Vraag 3. Van welke innovatie ben jij erg onder de indruk?

Ik ben erg onder de indruk van de ontwikkeling van Berend van Meer, promovendus aan het Leids Universitair Medisch Centrum. Hij ontwikkelt Organ-on-Chips, waarbij menselijke cellen op chips worden geplaatst om naar de werking van medicatie te kijken en mogelijke bijwerkingen in kaart te brengen. De menselijke cellen geven voor sommige proeven meer betrouwbare resultaten dan dierproeven en op termijn zou dit vele (dier)proeven kunnen vervangen. Meer info: klik hier.

Vraag 4. Het zorglandschap verandert erg snel, onder andere door alle technologische ontwikkelingen. Hoe denk jij dat jouw rol als zorgverlener en -vernieuwer er over tien jaar uitziet?

Ik denk dat de patiënt over tien jaar met meer complexe zorgvragen zal komen, omdat hij de eenvoudige vragen oplost met behulp van de computer. De patiënt zal zelf metingen kunnen doen met behulp van vrij verkrijgbare technologieën, middels een diagnostisch model de waarschijnlijkheidsdiagnose stellen en zelf met behulp van een keuzehulp een behandeling inzetten. De dokter zal pas in beeld komen bij vraagstukken die hiervoor te complex zijn, of voor patiënten die hiermee niet overweg kunnen. Dit vraagt om dokters die gerichte kennis hebben, samenwerking en sterk patiëntgerichte zorg.

Vraag 5. Wie moeten wij volgens jou aan de tand voelen met ‘Vijf Vragen Aan’?

Ik zou de pen willen doorgeven aan Dion Groothof, hij is na zijn studie Biomedische Technologie als student Geneeskunde bezig met de ontwikkeling van een nieuwe methode voor continue glucosemeting, hetgeen een doorbraak zou betekenen voor patiënten die lijden aan Diabetes Mellitus. Ik vind het ontzettend knap dat hij al tijdens zijn studie zo’n mooie toekomstvisie heeft en hier actief mee aan de slag gaat. Ik hoop dat hij een inspiratie kan zijn voor studenten en starters!