Elke week stellen wij een zorgvernieuwer vijf scherpe vragen. Door ons te beperken tot die vijf vragen, ‘dwingen’ we de spreker na te denken over de kern van de zaak. Vandaag stellen wij de vragen aan prof. dr. Niels H. Chavannes, huisarts en hoogleraar aan het LUMC.

Vraag 1. Naast huisarts ben je ook hoogleraar huisartsgeneeskunde met als leeropdracht eHealth toepassingen in het LUMC, hoofd van de sectie Wetenschappelijk Onderzoek Eerstelijnsgeneeskunde en oprichter van het National eHealth Living Lab (NeLL). Kun je ons een kijkje geven in jouw werkleven en hoe je deze verschillende functies combineert?

Het is kruisbestuiving. Sinds afgelopen zomer ben ik weer aan de slag met een heel kwetsbare populatie in Rotterdam, waar ik vroeger ook gewerkt heb. Dat geeft toch de meeste voldoening, werken met mensen die het op allerlei vlakken heel zwaar hebben met medische en psychosociale multimorbiditeit. Dat voedt me weer met ideeën voor onderzoek. Op de afdeling hebben we een fantastisch multidisciplinair team, niet alleen dokters, maar ook psychologen, antropologen, verpleegkundigen, designers, epidemiologen, wiskundigen en implementatiedeskundigen. Op die manier kunnen we complexe zorgproblemen veel beter het hoofd bieden, en zijn we ook succesvol in het doen van projectaanvragen, omdat deze vanuit zeer verschillend perspectief worden belicht en opgeschreven.

Vraag 2. Ronald Petru benoemde eerder in deze rubriek dat jouw `gebalanceerde en genuanceerde aanpak´ als hoofd van de sectie Wetenschappelijk Onderzoek Eerstelijnsgeneeskunde hem bijzonder aanspreekt: Volgens hem kenmerkt dit researchinstituut zich door vakkennis van het zorgveld en de intentie om de patiënt te helpen mede door zorgverleners te ondersteunen in plaats van de zorgverlener te willen vervangen door technologie. Hoe kijk jij hier tegenaan en is dit inderdaad wat jullie proberen na te streven?

Een prachtig compliment! Want dat is inderdaad de opzet van ons National eHealth Living Lab (NeLL): een voelbaar betere oplossing ontwikkelen voor daadwerkelijk ervaren problemen bij eindgebruikers, en dat kunnen zowel patiënten als hulpverleners zijn, in nauwe onderlinge samenwerking. Een belangrijke reden dat eHealth opschaling vaak stagneert na aanvankelijk positieve pilots, is dat het perspectief van de betrokken hulpverleners niet is meegenomen, en die factor is essentieel voor implementatie. De ‘What’s in it for me?’-vraag geldt voor iedereen. Daarom hebben we binnen NeLL de patiënten goed vertegenwoordigd binnen co-creatie processen (via Pharos, Patiëntenfederatie, Cliëntenraad, Ouderenberaad etc.) maar ook worden innovaties direct getest en aangepast aan gebruikerservaringen van hulpverleners, zodat het zorgproces juist kan worden gefaciliteerd in plaats van gehinderd.

Vraag 3. Van welke digitale innovatie droom jij dat deze uitgevonden gaat worden en hoe zal deze innovatie eruitzien?

Ik zie de mobiele telefoon als hét vehikel voor grootschalige innovatie op wereldschaal. Wat er nu aan zit te komen is de smartphone als je personal coach; zij het op leefstijlgebied, op mental health coaching, of als je pocket expert bij zeldzame aandoeningen. Waarbij je op een tailormade wijze feedback krijgt op je handelen, en dagelijks verleid wordt tot beter gedrag, maar dan op zo’n manier dat het past binnen je hoogstpersoonlijke functioneren. Eigenlijk je digitale geweten, dat je gezondheid op een acceptabele en liefst speelse manier bewaakt.

Vraag 4. Welk advies zou jij willen meegeven aan (jonge) zorgvernieuwers die een bijdrage willen leveren aan de verbetering van de zorg?

Ontdek eerst welk klinisch of logistiek relevant probleem je wilt aanpakken, en hoe dat mensen, patiënten of hulpverleners, hindert op dagelijkse basis. Daar vervolgens een passende oplossing bij zoeken, die merkbaar en meetbaar verlichting geeft. Niet andersom, zoals het vaak gaat: een nieuw technisch foefje op zoek naar een probleem.

Vraag 5. Wie moeten wij volgens jou aan de tand voelen met ‘Vijf Vragen Aan’?

Associate professor dr. Valentijn Visch is een zeer ervaren onderzoeker in persuasive design aan de TU Delft, en kan met zijn creatieve team tot werkelijk innovatieve toepassingen komen, die ook echt aantrekkelijk zijn voor eindgebruikers, vaak met elementen van serious gaming. Van zijn expertise kunnen we heel veel leren, en dat is waarschijnlijk essentieel voor de langetermijns adherence, een van de grote uitdagingen voor eHealth interventies.