Elke week stellen wij een zorgvernieuwer vijf scherpe vragen. Door ons te beperken tot die vijf vragen, ‘dwingen’ we de spreker na te denken over de kern van de zaak. Vandaag stellen wij de vragen aan Dion Groothof, student Geneeskunde aan de Rijksuniversiteit Groningen.

Vraag 1. Je hebt Biomedische Wetenschappen gestudeerd en bent in 2017 gestart met de master van Geneeskunde. Waarom heb je uiteindelijk toch voor Geneeskunde gekozen en op welke manier(en) heb je nog profijt van je bachelor tot Biomedisch Wetenschapper?

Dat ik uiteindelijk voor Geneeskunde heb gekozen, is niet zonder meer uit de lucht komen vallen. Al vroeg in mijn middelbare schoolperiode heeft mijn opa een gescheurd buikaorta-aneurysma doorgemaakt, welke hij ternauwernood heeft overleefd. Ik heb nog nooit iemand zoveel pijn zien doorstaan. Het was een enorme schok hem te zien ‘wegvallen’ en naast wachten op de arts, kon ik niets anders dan hulpeloos toekijken. Vanaf dat moment was ik vastberaden hulpeloosheid en onzekerheid te willen inruilen voor medische competentie en zekerheid: ik wou Geneeskunde gaan sturen.

Voor Geneeskunde heb ik niet meegedaan met loting, maar beoogde op basis van mijn resultaten op het VWO cum laude te slagen. Vlak voor het eindexamen heeft een leraar mij een rad voor de ogen gedraaid; ik kreeg onterecht een ‘1’ op een presentatie, hetgeen een doodsteek is geweest. Ik kon daardoor niet met Geneeskunde starten. Om toch maximaal bij te kunnen dragen aan de patiëntenzorg, zij het indirect, heb ik ervoor gekozen om Biomedische Wetenschappen te gaan studeren. Tijdens mijn eerste jaar vernam ik dat er ook een mogelijkheid was om ‘verkort’ Geneeskunde te studeren, via de zogenaamde ‘Zij-Instroom Geneeskunde’ – drie jaar in slechts één jaar. De studie ging mij voor de wind en op basis van behaalde resultaten gedurende mijn eerste en tweede jaar, mocht ik aan dit prachtige traject deelnemen. Alle seinen gingen op groen en zo werd mij een tweede kans gegund mijn droom na te streven.

Tijdens mijn derde jaar heb ik een half jaar farmacievakken gevolgd. Die vakken hebben mij in grote lijnen vertrouwd gemaakt met hoe verschillende orgaansystemen werken, welke geneesmiddelen we tot onze beschikking hebben als een systeem niet meer naar behoren functioneert, wat een geneesmiddel precies doet met het lichaam en, net zo belangrijk, wat het lichaam doet met een geneesmiddel. Dit soort kennis werd maar zeer beperkt aangeboden in het zij-instroomtraject en ik merk dat het ongekend voordelig is om dergelijke kennis paraat te hebben in de kliniek.

Vraag 2. Je bent bezig met de ontwikkeling van een nieuwe methode voor continue glucosemeting. Hoe ben je op dit idee gekomen en wat kan deze nieuwe methode betekenen voor het zorglandschap?

Eerlijkheid gebiedt mij te zeggen dat het niet geheel mijn eigen intellectueel goed is, maar grotendeels dat van mijn begeleider, prof. dr. Stephan Bakker. Stephan herkent zich in mijn manier van onderzoek bedrijven en dat leidt er nogal eens toe dat we tijdens besprekingen wat afdwalen van het onderwerp. Hij vertelt dan over vroeger, toen hij nog in opleiding was tot internist en wat allemaal op zijn pad is gekomen. Ik vind het geweldig hoe hij dan in al zijn bevlogenheid vertelt en probeer daar lessen uit te trekken. Ik kan me nog goed herinneren dat hij terloops vertelde over zijn droom om een implanteerbare continue glucosesensor te ontwikkelen. Het idee is altijd blijven liggen door gebrek aan tijd, maar heeft hem tot op heden niet losgelaten. Ik was zo onder de indruk van het verhaal dat ik dacht: daar wil ik aan gaan werken! Een mooiere manier om daadkrachtig bij te dragen aan de zorg van diabetespatiënten kon ik mij niet voorstellen. Het zal ertoe leiden dat patiënten beter op hun therapie ingesteld kunnen worden, doordat inzichtelijk wordt hoe bloedsuikerspiegels variëren gedurende de dag. Weliswaar zijn er heden al continue glucosesensoren, maar die hebben als nadeel dat ze regelmatig vervangen moeten worden of dat patiënten er niet mee de MRI- of CT-scanner in kunnen.

Vraag 3. Tjitte Verbeek van Buuren benoemde eerder in deze rubriek dat hij het ontzettend knap vindt dat jij al tijdens je studie zo’n mooie toekomstvisie hebt en hier ook actief mee aan de slag gaat. Wat drijft jou om naast je studie Geneeskunde ook nog bezig te zijn met deze innovatieve ontwikkeling?

Naast biologie houd ik enorm van wiskunde, natuurkunde en scheikunde. Toen Stephan sprak over zijn glucosesensor-idee, wist ik zeker dat ik daar volledig voor wou gaan. Het vormt een project waarin exacte wetenschappen met elkaar verweven zijn en dat tot stand komt buiten de afgebakende grenzen van het weten. Een constructie die elke academicus begeert. Een uitgelezen kans!

Vraag 4. Welk advies zou jij willen meegeven aan (jonge) zorgvernieuwers die een bijdrage willen leveren aan de verbetering van de zorg?

Je moet je laten leiden door mogelijkheden, in plaats van je neer te leggen bij beperkingen.

Vraag 5. Wie moeten wij volgens jou aan de tand voelen met ‘Vijf Vragen Aan’?

Ik zou de pen willen doorgeven aan Ronald van Rheenen. Ronald is naast zijn functie als nucleair geneeskundige bezig om een nieuwe softwaremodaliteit te ontwikkelen die, met behulp van gegevens uit het elektronisch patiëntendossier van het UMCG, op een slimme manier patiënten met een verhoogd risico op een bepaalde ziekte opspoort. Zo kan in een aanmerkelijk eerder stadium ziekte gediagnostiseerd worden, hetgeen in veel gevallen zal leiden tot een gunstiger prognose.